Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Lapsnuitkevers in uw tuin of kamerplanten?

In Nederland zijn elf soorten van Otiorhynchus gevonden. Lapsnuitkevers (ook wel lapsnuittorren genoemd) zijn in staat om aanzienlijke schade aan allerlei planten en bomen te veroorzaken. Ze kunnen ook in huis voorkomen. Daar zullen ze in het algemeen nauwelijks schade aanbrengen aan kamerplanten. Hier volgt informatie over uiterlijk en leefwijze van Otiorhynchus soorten. Ook gaat dit artikel in op het bestrijden van deze kevertjes zonder het gebruik van insecticiden.

Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Een lapsnuitkever herkent u aan karakteristieke kop

Lapsnuitkevers behoren tot de zeer grote familie van de snuitkevers. Tot deze familie behoren meer dan 40.000 soorten, waarvan er bijna vijfhonderd in Nederland zijn aangetroffen. Van de lapsnuitkevers treffen we in gebouwen de hieronder genoemde vier soorten aan. Bij deze kevers is, zoals de naam al doet vermoeden, de kop het meest in het oog lopend. Deze kop is verlengd tot een snuit. Aan het uiteinde van de snuit bevinden zich de kaken (mandibels), terwijl de antennen ongeveer halverwege zijn ingeplant. Deze antennen zijn knotsvormig en gewoonlijk knikvormig gebogen. Lapsnuitkevers zijn over het algemeen donker gekleurd.

Diverse lapsnuitkevers en de gewassen waaraan zij vreten

 Foto Opuntia Bron http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Otiorhynchus_sulcatus_23-8-2007_20-10-41.JPG

gegroefde lapsnuit kever

De gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus F.) wordt ook wel gegroefde lapsnuittor of taxuskever genoemd. Het is een kever die 9 -10,5 mm groot is, voornamelijk zwart van kleur is met op de dekschilden fijne bruine haren. Verspreid op de dekschilden komen ook vlekjes voor veroorzaakt door grauwgele haartjes. Een belangrijk determinatiekenmerk is daarnaast het feit dat alle dijen, maar vooral die van het voorste potenpaar, een duidelijk tandvormig uitsteeksel hebben. De larven van deze kever vreten aan de ondergrondse delen van rhododendron, azalea, primula, cyclaam en aardbei.
De kevers van de gegroefde lapsnuitkever komen in de maand juni tevoorschijn. Na ongeveer zeven weken worden de eieren afgezet. Een wijfje legt gemiddeld tweehonderd eieren, maar onder gunstige omstandigheden kan dit aantal oplopen tot circa duizend. De gegroefde lapsnuittor is parthenogenetisch; dit betekent dat de eieren niet bevrucht behoeven te worden. Mannetjes van deze keversoort worden niet aangetroffen. Na circa een tot drie weken komen uit de eieren de larven, die meteen de grond inkruipen.

Foto Sanja565658 Bron http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Otiorhynchus_%28Pendragon%29_ovatus_01.JPG

kleine lapsnuit kever

De kleine lapsnuitkever (Otiorhynchus ovatus L.) wordt ook wel eironde lapsnuitkever, kleine lapsnuittor of kleine wortelsnuittor genoemd. Het is een kevertje van 5 - 5,5 mm lengte dat -duidelijker nog dan de gegroefde lapsnuitkever- zwart gekleurd is. De antennen en de poten zijn bruinrood en fijn behaard. De dekschilden zijn eivormig, het kevertje lijkt zo een beetje op een klein bolletje. Ze vreten aan aardbeiplanten maar ook aan andere gewassen, in het bijzonder aan bramen en frambozen. Ook de kleine lapsnuitkever kent één generatie per jaar. In juli en augustus zet het wijfje van deze soort circa vijftig eieren af. De larven kunnen na een aantal vervellingen tot zeven milimeter lang worden. De larven verpoppen in de herfst.

De cyclamenlapsnuitkever (Otiorhynchus rugosostriatus Goeze) ook wel zwarte lapsnuittor genoemd) en de larven vreten aan verschillende gewassen. De cyclamenlapsnuitkever is 6,5 - 7 mm lang en donker roodbruin tot zwart van kleur. De dekschilden en het halsschild zijn voorzien van rijen naar achteren opgerichte haartjes. De dijen zijn niet voorzien van tanden.

Bron http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Otiorhynchus_singularis_03.jpg Foto ©entomart

gevlekte lapsnuit kever

De gevlekte lapsnuitkever (Otiorhynchus singularis L) wordt ook wel oorsnuittor of gevlekte lapsnuittor genoemd. De larven beschadigen jonge loofbomen, coniferen, heesters en verschillende kruidachtige planten. Vele andere plantensoorten kunnen echter eveneens worden aangetast. De gevlekte lapsnuitkever is 6 - 8 mm lang. Door vuilgele en bruine schubjes ziet de kever er gevlekt uit. De dekschilden zijn voorzien van lichtere lange haren. De ogen van de gevlekte lapsnuitkever liggen in het kopkapsel. De dijen van het voorste potenpaar bezitten een uitsteeksel in de vorm van een tand, dat echter niet erg duidelijk is.

Lapsnuit kevers zijn 's nachts actief

De kevers houden zich overdag vaak schuil in de grond; 's nachts komen ze te voorschijn om voedsel te zoeken. Ze vreten daarbij aan allerlei planten. Als ze in woningen voorkomen vreten ze ook wel eens aan kamerplanten.

Actieradius van de kevers is niet groot

De kevers kunnen niet vliegen, ze verplaatsen zich dus uitsluitend lopend. In Amerika heeft men onderzoek gedaan naar de afstanden die gegroefde lapsnuittorren kunnen afleggen. Het bleek dat de meeste kevers zich na een aantal dagen nog geen tien meter hadden verwijderd van de plaats waar ze werden uitgezet. Daarnaast waren er ook altijd enkele exemplaren die een veel grotere afstand hadden afgelegd (tot wel zeventig meter).

Larven van lapsnuit kevers

De larven van lapsnuitkevers leven in de grond. De jonge larven voeden zich met plantaardig afval, de oudere larven vreten aan de wortels van allerlei gewassen. Door hun leefwijze kunnen zowel lapsnuitkevers als hun larven in grote aantallen schade toebrengen in boomkwekerijen, bloemisterijen en tuinderijen met vreterij aan allerlei gewassen. In woningen zal de schade toegebracht aan kamerplanten meestal verwaarloosbaar klein zijn. De larven van de lapsnuitkevers kunnen vooral schade aanrichten aan ondergrondse delen van gewassen. Ze zijn vaalwit van kleur, ze bezitten geen poten maar wel zeer duidelijk zichtbare donkergekleurde kaken. Lapsnuitkevers kennen gewoonlijk één generatie per jaar. De larven van de gegroefde lapsnuitkever vreten aan wortels van planten tot laat in de herfst en overwinteren vervolgens als larve in het laatste stadium of in een soort popstadium. Er zijn in totaal zeven larvale stadia. In het voorjaar vervolgt de larve haar vreterij, waarna uiteindelijk de echte verpopping plaatsvindt. Het popstadium duurt gemiddeld drie weken. In gebouwen of in kassen kan deze ontwikkeling door de hogere temperatuur sneller verlopen.

Lapsnuit kevers in uw kamerplant?

Om te voorkomen dat de dieren in huis komen kan overwogen worden, waar nodig, maatregelen ter wering te treffen bijvoorbeeld naden, kieren, spleten en dergelijke te dichten, openingen af te sluiten met fijnmazig gaas en voorts ramen en deuren 's avonds gesloten te houden of horren voor de ramen te plaatsen. De kevers die desondanks toch binnenkomen kunnen worden gevangen en bijvoorbeeld naar buiten gebracht. Indien bepaalde kamerplanten slecht groeien verdient het aanbeveling de grond na te zoeken op witte, tot ongeveer één centimeter lange gekromde larven. Wanneer de larven in de potgrond voorkomen, kunnen de plantenbakken of bloempotten van nieuwe aarde worden voorzien of kan men proberen de grond te zeven. Ook doet men er goed aan een eventueel voorraadje potgrond te controleren op de aanwezigheid van deze larven. Indien een particulier schade van lapsnuittorren ondervindt aan grote en kostbare planten, dan kan het beste contact worden opgenomen met het Kenniscentrum Plaagdieren (KAD) in Wageningen.

Bestrijden van deze kevers

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen deze insecten is niet zinvol. De behandeling van plantebakken en dergelijke is niet aan te bevelen aangezien de kevers voor bijna alle bestrijdingsmiddelen weinig gevoelig zijn. In de tuinbouw is men daarom de laatste jaren actief om de mogelijkheden van biologische bestrijding te onderzoeken. Daarbij wordt vooral onderzoek gedaan naar de mogelijke toepassing van een aaltjessoort die parasiteert op de larven van de gegroefde lapsnuittor.

Bron: J.T. de Jonge Rat en muis 34(2)1986

Lees meer over (de bestrijding van) kevers en kevertjes

Meer over de professionele ongediertebestrijder


© 2015 Kijk Op Ongedierte