Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Chemisch bestrijden buiten-ongedierte vaak niet nodig

Zodra de temperaturen stijgen en de buitendeuren en ramen opengezet worden, krijgt het Kenniscentrum Plaagdieren (KAD) te maken met verzoeken om informatie over de „buitengebeurenbeesten", zoals vliegen, muggen, mieren, wespen, loopkevers, spinnen, pissebedden, oorwormen, duizendpoten en „aardvlooien" (springende kevertjes). Goede informatie over dit "ongedierte" toont aan dat bestrijden door middel van spuiten vaak niet nodig is.

Waar komt dat ongedierte opeens vandaan?

Rondom woningen en grotere verblijfsgebouwen en in tuinen zijn diverse mogelijkheden aanwezig waardoor in een korte tijd grote aantallen „beestjes" tot ontwikkeling kunnen komen en van daaruit ook de gebouwen binnen kunnen dringen.

Oorwurmen, opruimers van bladafval Foto Hectonichus Bron http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Forficulidae_-_Forficula_auricularia.JPG?uselang=nl

Oorwurmen: opruimers van bladafval
    

  • Mos- en algengroei kan optreden tussen het gras, op muren of bomen en soms in dakgoten en op platte daken waarvan de afwatering niet functioneert en op rieten daken. Mossen en algen vormen een voedselbron voor o.a. mosmijten en springstaarten.
  • Bladafval in de tuin en composthopen vormen een voedselbron voor pissebedden, oorwormen, duizendpoten e.d. En compostcontainers kunnen, als ze niet deugdelijk zijn afgedicht, een voedselbron voor ratten vormen.
  • Afval van vruchtbomen („rot fruit") vormt voedsel voor fruitvliegen en wespen.
  • Klimplanten tegen buitenmuren van gebouwen vormen een schuilplaats voor vele diersoorten die van daar uit door kieren, naden of openstaande vensters de woning kunnen binnendringen.

Meeltorren komen vaak uit vogelnesten Foto Rasbak Bron http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tenebrio_molitor_%28meeltorren%29.jpg?uselang=nl

Meeltorren komen vaak uit vogelnesten
    

  • Vogelnesten in klimplanten of onder dakrand of dakpannen kunnen vele insecten en mijtesoorten bevatten zoals b.v. meeltorren, spekkevers, tapijtkevers, vogelvlooien, vogelmijten, zwaluwwandluizen en hun larven!
  • Tuinvijvers, regentonnen, stagnerend water in dakgoot of op plat dak vormen een ontwikkelingsbron voor muggen en met name de steekmuggen. Vissen of kikkers in een vijver zullen de ontwikkeling van deze muggen tegengaan.
  • Mest en dierlijk afval vormen vooral voedsel voor de larven van alle vliegen- en keversoorten. De blauwe vleesvlieg treedt op als dode dieren langdurig toegankelijk blijven liggen.
  • Parken, weilanden, natuurgebieden vormen een ontwikkelingsplaats voor een zeer gevarieerd aantal mijte- en insectesoorten.
  • Daarnaast zijn er talloze insecte- en mijtesoorten die onder- of bovengronds aan bepaalde waardplanten zijn gebonden en specifiek aldaar hun voedsel vinden. Uit de praktijk van het KAD noemen we b.v. de gegroefde lapsnuittor (ook wel te vinden in en bij kamerplanten), de aardbeiloopkever, vele bladluizesoorten, mei- en junikevers, kniptorren, de populiereboktor, „aardvlooien" (kevertjes).
  • Openhaardhout en hout dat in de tuin is verwerkt, al of niet met de bast er omheen kan bastkevers en boktorren bevatten. De meest voorkomende is de veranderlijke boktor, evenals alle andere boktorren (op de huisboktor na) ongevaarlijk voor bewerkt hout dat in de woning is toegepast.

Loopkevers jagen op andere insecten Foto Didier Descouens Bron http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Carabe_dor%C3%A9_dos.jpg?uselang=nl

Loopkevers jagen op andere insecten
    

  • De diverse soorten statenvormende insecten, zoals mieren, bijen, hommels en wespen zullen al naar gelang hun aard een nest vormen op plaatsen in bomen, in de grond, onder tegels of in gebouwen (spouw, kruipruimte); voedsel voor elk der soorten is in een tuin, en soms in huis altijd wel aanwezig. Solitaire wespen en bijen komen soms in een border of gazon in grotere aantallen voor gedurende een betrekkelijk korte periode. Problemen in de vorm van steken door deze niet agressieve dieren zijn voorzover ons bekend nooit voorgekomen.
  • Tenslotte is er nog een grote categorie jagers en parasieten die natuurlijke vijanden zijn van insecten en mijten en aldus de aantallen „beestjes" binnen redelijke grenzen houden. De meest bekende zijn loopkevers, millioenpoten, spinnen, lieveheersbeestjes (vooral de vraatzuchtige larven), maar ook wespen, sommige mierensoorten, roofwantsen en roofmijten zijn carnivoor (vleesetend). Zo kan het voorkomen dat een explosie van een bepaalde insecte- of mijtesoort de oorzaak is van toename van het aantal natuurlijke vijanden in de periode daarna ten koste van eerstgenoemde soort. Sluipwespen parasiteren vaak op de larven van een andere soort door het deponeren van een eitje in het lichaam van de gastheer. De daaruit komende larve voedt zich ten koste van deze gastheer.

Determinatie van ongedierte belangrijk

Insecten of mijten die hinder veroorzaken of om andere redenen plaagdieren zijn, kunnen door het KAD worden gedetermineerd. Daartoe dient men een aantal onbeschadigde exemplaren in stevige verpakking naar het Kenniscentrum Plaagdieren te sturen, Postbus 350, 6700 AJ Wageningen. Per kerende post ontvangt men bericht over naam, leefwijze en te nemen maatregelen. Als de leefwijze van de betrokken diersoort bekend is, kan ook aangegeven worden welke weringsmaatregelen gewenst zijn.

Voorbeelden van preventiemaatregelingen tegen ongedierte

Organisch afval dient te worden opgeruimd en op een composthoop worden verzameld, die dan wel zo ver mogelijk van de woning moet zijn gelegen en ontoegankelijk moet zijn voor ratten en muizen. Goed beheer van de waterafvoer in dakgoten en op platte daken en controle op vogelnesten voorkomt hinder. Voorts kan men om invasies in de woning te voorkomen, kieren en naden in de buitenmuur dichten, deugdelijke ventilatieroosters plaatsen en goed aansluitende tochtstrips bevestigen. Dergelijke weringsmaatregelen voorkomen dat niet alleen onschadelijke insecten maar ook schadelijke insecten (tapijtkevers, kleermotten, houtworm, huisboktor, vliegen, muggen etc.) woning of gebouw binnen kunnen dringen.

A. Balkstra, Rat en Muis jaargang 31 2e kwartaal juli 1983

Lees meer over (de bestrijding van) kruipend ongedierte

Meer over de professionele ongediertebestrijder


© 2015 Kijk Op Ongedierte