Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Alles wat u moet weten over oorwormen

In de vakliteratuur over insecten wordt bij oorwormen geen enkel geval vermeld van "oorkruipen", zoals de volksmond verhaalt. Het kan voor de niet-ingewijde enigszins griezelig aandoen een tamelijk groot zwartbruin beest met een tongvormig orgaan aan het achterlijf tussen het wasgoed aan de waslijn of ergens in huis te vinden. Deze diertjes leveren echter voor de gezondheid van mens en huisdier geen enkel gevaar op.

Mocht u vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

"Earwig Dermaptera unidentified 2014 04 06 5259" by JonRichfield - Own work. Licensed under CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons.

Vijf verschillende soorten oorwormen in Nederland

In ons land komt een vijftal soorten voor die, zoals alle oorwormen, behoren tot de orde der Dermaptera of "huidvleugeligen". Deze vijf soorten behoren tot een drietal verschillende families. De grote, ook wel zandoorworm, Labidura riparia Pallas (familie Labiduridae) heeft een groot verspreidingsgebied. Het dier leeft gewoonlijk op stranden van rivieren en zeeën. De kleine oorworm, Ixibia minor L. (familie Labiidae) leeft in broeiende afvalhopen en wordt vaak in de schemering vliegend aangetroffen en komt dan ook op licht af. Ze worden in elke provincie van Nederland gevonden. De familie der Forficulidae heeft in Nederland een drietal vertegenwoordigers: Chelidurella acanthopygia Géné komt vooral in Midden-Europa voor en leeft in bosranden, dichte heggen en dergelijke. Apterygida media Hagenbach (= Apterygida albipennis Charpentier) komt overal voor op de zandgronden en in de duinen in bosranden en dichte heggen en dergelijke, ook in dichte klimop.

Gewone oorworm meest bekende soort

De meest bekende en meest voorkomende soort is de gewone oorworm, Forficula auricularia L. Alhoewel gewone oorwormen altijd een bepaalde vochtigheidsgraad eisen en zich het best thuis voelen bij een gemiddelde temperatuur van 26-33° C, kunnen ze zich goed aan allerlei omstandigheden aanpassen, zodat ze voorkomen van zeeniveau tot in de bergen en gevonden worden van de Middellandse Zee tot in Scandinavië.

Met de kniptang verdedigen oorwormen zich

Oorwormen zijn slanke, vrij platte insecten, donker van kleur. De grootte van volwassen exemplaren verschilt van soort tot soort en ligt veelal tussen 4,8 en 26 mm. Zij lijken op kniptorren doch hebben een groot tangvormig orgaan aan het einde van het lichaam. Dit orgaan wordt gebruikt als verdedigingswapen. Als ze worden opgepakt zullen oorwormen het achterlijf krommen en trachten met deze tangen te knijpen en vooral de grotere soorten kunnen een pijnlijke beet veroorzaken. Verder worden de tangen gebruikt om een insect of andere buit beet te pakken om ze naar de monddelen te brengen. Voor het vangen van voedsel spelen de tangen bij Forficulidae geen rol. Afhankelijk van de voedingstoestand van de larve bij de laatste vervelling kunnen de tangen groter of kleiner zijn, doch de tangen van het mannetje zijn altijd groter dan die van het wijfje. Waargenomen is dat de tangen ook wel gebruikt worden bij het ontvouwen van de achtervleugels en ook bij de paring spelen zij een rol.

Wist u dat oorwormen ook vleugels hebben?

Volwassen oorwormen hebben twee paar vleugels. De voorvleugels zijn kort, leerachtig en zonder aders, de achtervleugels zijn groter en hebben straalvormige aders. De waaiervormige achtervleugels worden eerst gevouwen en daarna twee keer omgeslagen en als een klein pakket onder de voorvleugels geborgen. De vleugels worden zelden gebruikt. Bij de grote, kleine en gewone oorworm steekt een stukje van de achtervleugel onder de dekschilden uit. Oorwormen hebben monddelen waarmee ze kunnen kauwen aan plantendelen. Zachte bladeren en vruchten (bijvoorbeeld aardbeien) kunnen worden aangevreten.

Oorwormen zijn nachtdieren die van warmte en vochtige lucht houden

Daar de gewone oorworm (Forficula auricularia L.) de meest algemeen voorkomende soort is, zal aan de hand daarvan de leefwijze worden beschreven. Deze oorworm is te vinden onder allerlei afval, onder stenen, in composthopen, in bloempotten, molm en vergane bomen, tussen bladeren van koolplanten, onder oude planken en dikwijls in de bloeiwijzen van planten, vooral die van de dahlia. De oorworm is een nachtdier en verlangt een relatief hoge vochtigheidsgraad zonder welke het dier niet kan leven. Het dier voelt zich het best bij een gemiddelde temperatuur van 26°-33°C. In strenge winters vriezen die oorwormen dood, die niet goed verscholen zijn.

Bijzondere insecten: oorwormen zijn zeer zorgzame moeders

De broedzorg van de oorworm is merkwaardig daar zij bij insecten heel zelden voorkomt. De paring heeft voor het invallen van de winter plaats. Het wijfje en mannetje staan daarbij met de achterlijven tegen elkaar in tegengestelde richting en het mannetje kromt bovendien zijn achterlijf 180°. In het najaar, meestal in november graaft het wijfje een holletje, waarin zij overwintert. De eieren worden in het voorjaar gelegd. Zodra de periode van ei-afzet aanbreekt, ontwikkelt het wijfje een sterk broedinstinct. In twee tot vier dagen legt het wijfje twintig tot tachtig eieren op een hoopje achter in het holletje. Als de eieren gelegd zijn, worden deze door het wijfje zorgvuldig beschermd tegen vijanden. De eitjes worden regelmatig belikt, waarschijnlijk om ze schoon te houden, om schadelijke schimmelsporen te weren en om ze te behoeden tegen te sterke uitdroging. Als om een of andere reden (bijvoorbeeld niet voldoende vochtigheid) het verblijf van de eitjes ter plaatse niet geschikt wordt geacht, transporteert het wijfje deze met haar monddelen naar een andere plaats. Het broed wordt tot het uiterste verdedigd. Al die tijd eet het wijfje weinig of niet. Als na twee tot acht weken de eitjes uitkomen, verzorgt het wijfje de larven, die reeds op de volwassen exemplaren lijken, en voedt ze met resten van dieren of fijngekauwde plantendelen. Het verzwakte wijfje sterft meestal spoedig en dient dan tot voedsel voor de jonge larven. De ontwikkeling van ei tot imago duurt 5½ tot 8 maanden, zodat in ons land één generatie per jaar mogelijk is.

Oorwormen zijn nuttig omdat ze opruimers in de natuur zijn

De gewone oorworm leeft hoofdzakelijk van plantaardige materialen, zoals schimmelsporen, algen, korstmossen en andere mossen, bloembladeren, zachte bladeren en onrijpe zaden. Als aanvulling gebruiken zij in ontbinding verkerend dierlijk materiaal en dode of weerloze insecten en spinnen. Door het opruimen van restanten van plantaardig en dierlijk materiaal zijn oorwormen nuttig; zij dragen bij aan de humusvorming.

Voor mensen zijn oorwormen hinderlijk maar onschadelijk

Voor de mens zijn oorwormen volkomen onschadelijk. Voor de tuinbouw kunnen oorwormen bij massaal optreden schade veroorzaken door het aanvreten van zachte vruchten bijvoorbeeld aardbeien en tomaten, ook wel aardappels en ander materiaal. Voorts door het verstoren van de bloeiwijzen en knoppen van sierplanten, groenten en fruit. Indien de dieren uit hun verblijfplaatsen worden verdreven door te veel vocht (regen) of droogte of door een bestrijdingsactie, gaan ze op zoek naar een beter heenkomen en kunnen dan vaak in woningen, caravans, tenten en dergelijke belanden, waar zij, hoewel onschadelijk, als hinderlijk worden ervaren.

Hoe kunt u bestrijden dat oorwormen in huis komen?

Woningen dienen ter wering van oorwormen en andere insecten te worden voorzien van goed sluitende ramen en deuren of horren; ventilatieopeningen worden afgesloten met een deugdelijk rooster of met fijnmazig gaas. Spleten en kieren in de buitenmuur dichten met daarvoor geëigende middelen. Broed- en voedselplaatsen kunnen worden voorkomen door het opruimen van hopen organisch materiaal in de directe omgeving van de woning. Indien 's nachts natte dweilen of omgekeerde bloempotten (schuin op een stukje hout of iets dergelijks) met vochtige houtwol, bladeren, hooi of stro worden uitgezet, kunnen de dieren die zich daar hebben verzameld de volgende dag worden weggevangen. De dieren kunnen worden gedood met kokend water, beter nog elders op enige afstand in de tuin gedeponeerd.

Nutteloos om oorwormen met gif te bestrijden

Verdelging van oorwormen met behulp van bestrijdingsmiddelen binnenshuis is nutteloos, daar andere oorwormen de volgende dag weer binnen kunnen komen, indien geen weringsmaatregelen zijn uitgevoerd. Een bestrijding buitenshuis is nutteloos, daar de zich schuil houdende insecten daar nauwelijks of geheel niet worden bereikt; een dergelijke actie is derhalve ongewenst.

 
Literatuur over oorwormen

Dr. Max Beier - Ohrwürmer und Tarsenspinner.
Donald J. Borror, Dwight M. DeLong, Charles A. Triplehorn - An introduction to the study of insects.
C. Willemse, vierde druk herzien door Dr. G. Kruseman - De in Nederland voorkomende oorwormen, Dermaptera.

Bron: Rat en Muis 27(1/2) 1979

Lees meer over (de bestrijding van) oorwurmen en ander kruipend ongedierte

Meer over de professionele ongediertebestrijder


© 2015 Kijk Op Ongedierte