Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Hooggelegen mierennesten bestrijden

Bruine houtmieren (Lasius brunneus Latreille) leven in dode bomen, oude houten balken, vloeren en dakplaten waar vocht houtrot heeft veroorzaakt. Vier praktijkvoorbeelden van nesten in hoge verborgen plaatsen worden hier door een ongediertebestrijder beschreven. In twee gevallen moesten technische maatregelen worden genomen.

Klachten over bruine mieren

"De bruine mier leeft in dode bomen en stronken, maar komt soms ook voor in oude balken, houten vloeren en dakbeschot". Zie hier een beschrijving over de leefwijze van de bruine mier uit de informatiebrochure nr. 159 van onze Afdeling. Deze beschrijving leert ons dat we bruine mieren op plaatsen kunnen aantreffen waar we geen mieren zouden verwachten. Daarom vraagt de Afdeling iedere keer weer een monster op te sturen om de verschillende mieren en andere insecten op naam te kunnen brengen. Als we de soort kennen weten we meteen iets meer over de leefwijze. Andersom werkt het ook. Naarmate meer voor de soort typerende kenmerken over het optreden en schade in gebouwen bekend worden, kunnen deze gegevens ook weer ter aanvulling in de beschrijving van de leefwijze worden opgenomen. Om duidelijk te maken dat een aantal klachten over de bruine mier overeenkomsten met elkaar vertoont, zal ik enkele praktijkgevallen onder de loep nemen, waarbij in een tweetal gevallen sprake was van lekkage.

Voedsel en schuilplaats van bruine mieren zien te achterhalen

Ik herinner mij de kleur van het habijt van de kloosterzuster niet meer precies, maar volgens mij was het bruin. Omdat plaagdieren zich weinig aantrekken van de omgeving en zich alleen bekommeren om voldoende voedsel en schuilplaatsen zal deze overeenkomst in kleur wel op toeval berusten. De rustige sfeer van het kloosterleven maakte op mij meer indruk dan op de bruine mieren waar het hier uiteindelijk om ging. Deze bevolkten een bewaarplaats voor appels en peren, alwaar ze nestelden tussen het geïsoleerde plafond. De klacht betrof aantasting van de isolatieplaten, wat duidelijk te zien was aan het op de grond gevallen knaagsel. Langs de plafondbalken liepen honderden mieren van links naar rechts en terug. Nieuwsgierig onderzocht ik aan de buitenzijde van het gebouwtje waarnaar deze mierenstroom op weg was, maar buiten trof ik geen enkele mier aan. Voor mij bleef het dus een raadsel waar de in de buitenmuur verdwijnende mieren naar toe gingen om hun voedsel te zoeken. Met de abdis liep ik nog even door de kloostertuin om de ontluikende nieuwe fruitoogst te bewonderen om daarna bij de thee tot een afgewogen advies te komen. Aangeraden werd om de ruimte tussen de plafonds te bespuiten aangezien zich daar naar alle waarschijnlijkheid het nest zou bevinden. Bij navraag na enkele weken bleek het door de gemeentelijke ongediertebestrijder gespoten middel op basis van deltamethrin resultaat te hebben opgeleverd. Geen knaagsel en geen mieren meer. In de bewaarplaats had het nerveuze gedoe van de mieren weer plaats gemaakt voor een serene rust, die meer bij deze omgeving paste.

Mierennest in piepschuimplaat

In dit geval betrof het een paviljoen van een tehuis voor gehandicapten waar zich ieder voorjaar weer gevleugelde exemplaren van de bruine mier verzamelden voor de glazen schuifpui. Het glas verhinderde hen echter het luchtruim te kiezen om de jaarlijkse bruidsvlucht te ondernemen. Dat dit leidde tot een zeer onrustig heen en weer gedrentel spreekt voor zich. De bewoner van de kamer waar dit zich jaarlijks afspeelde vond het uiteindelijk genoeg geweest en stuurde enkele exemplaren op, waarna ik het probleem mocht bestuderen. Het bleek dat de mieren vanuit het plafond hun weg zochten naar het licht en zich voor het glas verzamelden om uit te vliegen. Op de grond lagen kruimels piepschuim en een fijn bruin poeder, zodat hun nestplaats gezocht moest worden in de dakisolatie. Op het platte met rubberroïd beklede dak was echter geen mier te bekennen. Onder een loodslab vonden we hetzelfde fijne bruine poeder dat mij aan turfmolm deed denken, maar de man van de technische dienst wees me op de stroken kurk isolatie onder de loodslab. De kurkstroken vertoonden een fraai gangenstelsel, maar geen enkel levensteken van de een of andere mier. Ik adviseerde om eventueel een bespuiting uit te voeren onder de loodslab, maar nog beter zou het zijn om een gedeelte van de dakbedekking te verwijderen om het nest op te sporen. Het laatste advies werd opgevolgd en het nest werd gevonden, echter niet onder de loodslab. De bovenkant van de spouwmuur tussen de paviljoens was afgedekt met een piepschuimplaat en in deze plaat bevond zich het nest. Een fraaie dia reportage laat zien dat men kosten nog moeite gespaard had om deze mierenplaag tot een einde te brengen. Bij een controle werd toch weer het fijne bruine kurkpoeder gevonden, maar stampen op het dak leerde ons dat dit door trillingen kwam en niet meer door de ijver van bruine mieren. De naam Lusthof is weer in ere hersteld, maar gaat voor de mieren niet meer op.

Bruine houtmieren in vochtige dakplaten

Welpen, verkenners en voortrekkers zullen wel geen moeite hebben gehad om het aan het eind van de straat gelegen gebouw te vinden, maar ik was blij een verkenner van de gemeente naast mij in de auto te hebben. Het scoutinggebouw "De Eindsplit" dat het doel van onze tocht was, bleek een voormalig schoolgebouw te zijn met een plat dak waarin zich, zoals ik via de telefoon al had vernomen, bruine mieren hadden gevestigd. De mieren zaten in de met rubberroïd beklede houtvezelplaten van het dak en hadden hun aanwezigheid verraden door het naar beneden vallende knaagsel. Op één plek was het hout zodanig weggevreten dat de dakbedekking zichtbaar was. Door lekkage waren de vezelplaten zacht geworden waardoor de mieren het materiaal tot nestplaats konden bewerken. Om de vochtplekken te camoufleren had men tegen de vezelplaten enkele platen multiplex gespijkerd waardoor een prachtige holle ruimte was ontstaan waarvan de mieren dankbaar gebruik hadden gemaakt. Geadviseerd werd: de dakbedekking door een niet waterdoorlatende te vervangen; de aangetaste houtvezelplaten te vernieuwen en een gedeelte van het plafond met een residueel werkend bestrijdingsmiddel te behandelen. Helaas ziet het er naar uit dat er nog veel karweitjes moesten worden opgeknapt om voldoende heitjes binnen te brengen voor deze kostbare renovatie.

Lekkage verhelpen = mieren bestrijden

Zoals we in het vorige voorbeeld al stelden blijken bruine mieren zich niet te beperken tot de begane grond. Dus als ik verneem dat mieren voorkomen in de hogere regionen van een gebouw ben ik meteen nieuwsgierig naar de soort. De situatie in de geschakelde woning die in dezelfde plaats ligt als het onderkomen van de padvinders vertoonde daarmee een opvallende gelijkenis. Op de zolder lagen op enkele plaatsen hoopjes vermalen spaanplaat en vele door het gebruik van een spuitbus omgekomen bruine mieren. Het uit spaanplaat bestaande dakbeschot was op een aantal plaatsen ter hoogte van de muurplaat door vocht aangetast en daarna waarschijnlijk geschikt bevonden voor de nu aanwezige bruine mieren. Als oorzaak voor het vochtprobleem werd een lekkende dakgoot aangewezen. Door de lekkage was de muur waarop het dakbeschot rustte vochtig geworden en zo ook het dakbeschot. Ook hier lag de nadruk van het advies op het treffen van bouwkundige maatregelen om de lekkage op te heffen en de eventueel nog aanwezige mieren door het uitvoeren van een bestrijding hun werklust te ontnemen.

P.C. Groebe
Dierplagen en Milieu, 39 (2/3) 1991, pag 49-51

Meer wetenswaardigheden over mieren en mieren bestrijding

Meer over de professionele ongediertebestrijder


© 2015 Kijk Op Ongedierte