Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

De bestrijding van faraomieren

De faraomier (Monomorium pharaonis L.) leeft, evenals vele andere mierensoorten in staten of kolonies. In deze kolonies wordt de voortplanting verzorgd door een aantal vruchtbare vrouwelijke individuen, de zgn. koninginnen. Deze verlaten het nest onder normale omstandigheden nooit en houden zich uitsluitend bezig met het leggen van eieren. De verzorging van de larven en de voedselvoorziening van het nest geschiedt uitsluitend door de in grote aantallen aanwezige onvruchtbare vrouwelijke mieren, de zgn. werksters. Het zijn deze, op zoek naar voedsel rondzwervende werksters, die ons hinder bezorgen.

Faraomieren zijn kleine mieren

De werksters zijn bruingeel met een donkergekleurde achterlijfspunt en 2,2 - 2,6 mm lang. De koninginnen zijn 3,5 - 4,8 mm lang, bruingeel en hebben een donkergekleurde kop. De mannelijke mieren zijn zwartbruin met bleekgele poten en antennen. Zij zijn gevleugeld en 2,8 - 3,1 mm lang. De ontwikkeling van ei tot volwassen dier duurt bij een temperatuur van 27°C en een relatieve luchtvochtigheid van 80%, ca. 1,5 maand. De levensduur van de werksters kan tot 2 maanden bedragen, van de mannelijke dieren 2 - 3 weken en van de koninginnen 273 dagen. Gedurende hun leven produceren koninginnen tot 350 eieren. Periodiek zijn in de kolonies ook gevleugelde vrouwelijke en mannelijke exemplaren aanwezig.

In Nederland alleen faraomieren in verwarmde gebouwen

Daar de faraomier van oorsprong uit de tropen afkomstig is, kan zij zich in Nederland alleen in verwarmde gebouwen handhaven. Door de geringe afmetingen van het insect kan het zich via zeer nauwe, soms nauwelijks zichtbare spleten en kieren toegang verschaffen tot ruimten in muren, achter lambriseringen en andere betimmeringen. Ook in meubels en verpakkingsmateriaal kan men de nesten vinden, waardoor bij verhuizingen verspreiding kan plaats vinden. Zodra faraomieren zich ergens gevestigd hebben verspreiden ze zich vrij snel naar aangebouwde panden of door een blok woningen. In centraal verwarmde flatwoningen eerst in verticale richting o.m. langs verwarmingsbuizen, daarna in horizontale richting. In woningen kunnen ze een ware plaag zijn en de bewoners tot wanhoop brengen omdat men de faraomieren aantreft in voorraadkasten, in niet hermetisch afgesloten voorraadbussen, op het aanrecht, op honden- en kattenvoer, enz. Ook in bedrijven kunnen ze in grote aantallen aanwezig zijn.

Faraomieren kunnen door heel kleine openingen van voedselverpakkingen

Faraomieren zijn alleseters, al wordt vaak duidelijk de voorkeur gegeven aan vlees en vleeswaren. Geen van onze levensmiddelen is veilig voor de mieren die, doordat ze zo nietig zijn, vaak door kleine openingen van verpakkingen kunnen binnendringen. Ook insectenverzamelingen en insectenkweken worden aangetast. In ziekenhuizen kunnen zij zeer hinderlijk zijn voor de patiënten, ook omdat zij in de aangelegde verbanden kunnen dringen. In deze inrichtingen kunnen zij trouwens absoluut niet worden getolereerd, aangezien zij ziektekiemen kunnen verslepen en daarmee ook de steriliteit van de instrumenten in gevaar kunnen brengen.

U kunt verplicht worden dierplagen te weren of bestrijden

Op grond van artikel 14 Woningwet zijn Burgemeester en Wethouders verplicht de eigenaar van een woning aan te schrijven om dierplagen te weren of te bestrijden. Dit geschiedt alleen als anders de nodige activiteiten niet in gang kunnen worden gezet. De eigenaar dient de door B & W noodzakelijk geachte werings- en bestrijdingsmaatregelen te (laten) treffen en de kosten daarvan te betalen. Slechts in het geval dat de dierplaag wordt veroorzaakt door het gebruik van de woning (Bouwverordening) zullen de bewoners door B en W worden aangeschreven. Voor bewoners/eigenaars van aaneen gebouwde huizen is het noodzakelijk e.e.a. gezamenlijk aan te pakken en tevoren goede afspraken te maken over de te volgen werkwijze. De bouwverordening bevat voorschriften omtrent het gebruik van woningen en andere gebouwen, bouwwerken en van standplaatsen van woonwagens, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften rm.b.t:
• de reinheid
• het bestrijden van schadelijk of hinderlijk gedierte
• het verrichten van onderzoek (zie nieuwe Model Bouwverordening artikelen 7.3.2., 7.4.1. en 11.4.).

Bestrijding van faraomieren: waar rekening mee te houden?

Bij de bestrijding van mieren is het voor het behalen van een afdoende resultaat noodzakelijk dat het te gebruiken bestrijdingsmiddel in de nesten wordt gebracht. Hierin zitten immers de koninginnen en hun larven. Doordat de nesten van faraomieren op zeer verborgen plaatsen kunnen zitten, is een behandeling met vloeibare insecticiden niet mogelijk. Met een dergelijk middel worden de nesten niet bereikt. Bovendien is bekend dat de werksters van faraomieren bespoten oppervlakken, naden en kieren mijden en daardoor niet met het toegepaste middel in aanraking komen. Tijdelijk zullen de bewoners of gebruikers van de behandelde gebouwen geen mieren meer zien, maar "de garantie" kan worden gegeven dat de mieren weer terugkomen. Uit dit mierengedrag wordt ook verklaard dat een bestrijding van faraomieren met lokazen niet plaats kan vinden, als in een periode van 8 weken of korter voorafgaand aan de bestrijding met lokazen, vloeibare bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld tegen kakkerlakken) zijn toegepast. De bestrijder moet zich ervan verzekeren dat toepassing van lokazen succes zal hebben.

Lokazen voor het bestrijden van faraomieren

Sinds vele jaren is het een goed gebruik om de bestrijding van faraomieren en andere (subtropische mieren met behulp van lokazen uit te voeren. Als er een aantrekkelijk lokaas kan worden gevonden, zullen de mierenwerksters dit verzamelen en het als voedsel meenemen naar de nesten. We kunnen er dan zeker van zijn dat het lokaas door de larven en de koninginnen wordt gegeten en dat de bestrijding succes zal hebben. Voor faraomieren werden lokazen bereid van gemalen runderlever. Andere tropische mieren, zoals de argentijnse mier (Iridomyrmex humilis Mayr) geven de voorkeur aan een combinatie van honing met marmelade en een soort als Pheidole punctatissima Mayr, een soort zonder Nederlandse naam, bleek in een praktijkobject een duidelijke voorkeur te hebben voor lokazen op basis van pindakaas.

Nauwgezetheid bij de bestrijding van faraomieren blijft noodzaak

Voordat tot uitvoering van de bestrijding kan worden overgegaan, moet een ongediertebestrijder de volgende werkwijze volgen:

  1.     determinatie - het vaststellen van de naam van de soort
  2.     inventarisatie - het vaststellen van de verspreiding van de aangetroffen soort binnen aaneengesloten bebouwing
  3.     afspraken maken - (financiële) afspraken maken met de eigenaar/eigenaren
  4.     bewoners/gebruikers informeren - door middel van voorlichting betrokkenen op de hoogte brengen van de bestrijdingsmaatregelen die genomen gaan worden
  5.     lokazen plaatsen - in het hele verspreidingsgebied moeten de lokazen worden aangebracht
  6.     controle - na een tot twee weken dient een controle op het resultaat plaats te vinden
  7.     lokazen verwijderen - als duidelijk is dat de bestrijding is geslaagd, kunnen de lokazen worden verwijderd
  8.     lokazen afvoeren - alle restanten van bestrijdingsmiddelen dienen te worden beschouwd als gevaarlijk afval.

Als aan alle voorwaarden is voldaan, zal iedereen na afloop van de bestrijdingsactie tevreden zijn.

A.D. Bode
Dierplagen en Milieu, 44 (2) 1996 pag 43-49

Meer wetenswaardigheden over mieren en mieren bestrijding

Meer over de professionele ongediertebestrijder


© 2015 Kijk Op Ongedierte