Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Praktijkvoorbeelden van mierennesten in piepschuim

Kakkerlakken, bedwantsen en ovenvisjes maken geen nest

Insecten zullen bij het zoeken naar een schuil- of nestelplaats letten op de voor hen ideale omstandigheden. Zo worden er eisen gesteld aan omgevingsfactoren als temperatuur en vochtigheid en speelt de hoeveelheid licht in schuilplaatsen een belangrijke rol. Het beste is dat te constateren bij de insecten die lichtschuw zijn, zoals kakkerlakken, bedwantsen of ovenvisjes. De individuen van deze soorten leven bij elkaar in donkere schuilplaatsen en zullen overdag niet of weinig te zien zijn. Van een nest is bij deze soorten geen sprake. Kakkerlakken stellen bovendien prijs op een hoge relatieve luchtvochtigheid in hun omgeving.

Wespen, bijen en mieren hebben de bescherming van een nest nodig

Anders ligt dat bij de sociaal levende insecten; de wespen, honingbijen en mieren. Bij deze soorten die alle tot de orde van de vliesvleugelige insecten (Hymenoptera) horen, is voor de ontwikkeling van ei tot volwassen insect een extra bescherming nodig. Bescherming tegen slecht weer of tegen natuurlijke vijanden is noodzaak om het nest, de kolonie in stand te houden. Wespen zoeken vaak een holte op die bescherming biedt tegen invloeden van buitenaf maar maken ook vrijhangende nesten in bomen of struiken, in jaren met veel regenval en harde wind zullen die vrijhangende nesten wel eens verloren gaan.

Diversiteit aan mierennesten

Bij mieren kennen we een grote diversiteit aan bouwvormen van het nest. ledereen kent wel de grote koepelnesten van de rode bosmiersoorten Formica rufa L. en Formica polyctena Förster in bossen waar ook naaldbomen voorkomen. De bestrijder die al eens te maken heeft gehad met de glanzende houtmier (Lasius fuliginosus L.) weet dat de nestbouw van deze soort omvangrijk kan zijn. In sommige gevallen wordt in de winter of het zeer vroege voorjaar hinder van deze soort ondervonden. In de maanden januari en februari worden jaarlijks meerdere meldingen van hinder door glanzende houtmieren bij de Afdeling ontvangen. Het nest bevindt zich dan vaak onder de woning en er is altijd sprake van de aanwezigheid van hout (een houten vloer of een balk of stronk in de kruipruimte).

Nesten van zwartbruine wegmieren

ledereen kent wel de nestingangen van de nesten van de zwartbruine wegmier (Lasius niger L.). Het is waarschijnlijk de meest voorkomende mierensoort in ons land. Rond deze nestingangen, kleine openingen b.v. in voegen van tegel- of klinkerbestrating, ligt zand dat door de werksters vanuit het nest onder de stenen naar boven is gebracht. Het is de taak van de werksters in de kolonie om, naast de verzorging van het broed, het aanslepen van voedsel en het schoonhouden van het nest, ruimte vrij te maken voor uitbreiding van het bestaande nest. Dit nest bestaat uit in het zand gemaakte gangen. Bij verstoring of bij het ontdekken van een geschiktere nestgelegenheid kan een mierenkolonie zich in korte tijd verplaatsen. Het kan gebeuren, dat een koningin na bevruchting tijdens de bruidsvlucht een nestplaats kiest, die in mensenogen minder geschikt is vanwege de hinder die haar mierenvolk na uitbreiding veroorzaakt.

Geïsoleerde mierennesten

Er zijn enkele praktijkgevallen bekend waar de zwartbruine wegmier "geïsoleerd" leefde. Nestbouw had namelijk plaats gevonden in piepschuimisolatie die in gebouwen was verwerkt:

  • In een woonwijk waren woonblokken gebouwd, waarvan de buitenmuur uit cement met grof grind bestond. Na enige tijd werd vastgesteld dat de isolerende werking van de buitenmuur slecht was. Er trad veel energieverlies op bij het warm houden van de woningen in de wintermaanden. De woningeigenaar liet daarom de buitenmuren met een dikke laag piepschuim bekleden. De buitenzijde werd met pleister afgewerkt, zodat een voor het oog mooie, witte buitenmuur ontstond.
  • In een recreatiepark werden op grote schaal bungalows van eenzelfde type gebouwd. Ter isolatie van het platte dak werden tussen plafond en dak piepschuimplaten aangebracht.
  • Het derde voorbeeld betreft een tot woning verbouwde boerderij. Hier werd vloerverwarming toegepast. Kunststofbuizen waar warme lucht doorheen wordt gevoerd, lopen door een vloerisolatielaag van piepschuim heen. Isolatie en verwarming zorgen samen voor warme voeten voor de bewoners van het huis.
  • Klachten over de zwartbruine wegmier noopten in deze gevallen tot nader onderzoek. De uitgevoerde bestrijdingen hadden niet tot het gewenste resultaat geleid.

Bestrijding van mieren kan lastig zijn

Bij de bestrijding van "tuinmieren" moet er van worden uitgegaan dat hoe dichter bij het nest of de nestopeningen de bestrijding plaatsvindt, hoe beter het resultaat van de bestrijding zal zijn. Bereikt men dus onvoldoende resultaat met voor het doel geschikte middelen, dan kan de conclusie worden getrokken dat de nestplaatsen min of meer onbereikbaar zijn. Bij de onderzoeken die in onze voorbeelden werden ingesteld werd geconstateerd, dat de nesten van de mieren zich in de piepschuimisolatie bevonden. Na verwijdering van de gepleisterde muurplaten c.q. plafondplaten in twee van deze voorbeelden bleek het piepschuim doorboord te zijn met door de mieren uitgeknaagde gangen. Door deze beschadigde isolatie te vernieuwen, of zonodig door ander materiaal te vervangen en door zo mogelijk de bouwkundige constructie aan te passen zodat binnendringen van mieren niet kan plaatsvinden, kunnen problemen in de toekomst worden voorkomen. Eenvoudig en goedkoop is dat echter niet. In de woning met vloerverwarming, waarvan de vloer zonder kruipruimte op zand is gebouwd, is bouwkundige wering nauwelijks toe te passen. In dergelijke gevallen zal moeten worden geprobeerd om met residueel werkende middelen de populatie zodanig te minimaliseren, dat het broed bij gebrek aan werksters niet meer voldoende verzorgd wordt, en het volk uitsterft. Het best kan deze bestrijding in de zomermaanden worden uitgevoerd als de tuinmieren vooral buiten het meest actief zijn. Per geval zal het verloop van een bestrijding wisselend kunnen zijn, mede afhankelijk van de vestigingsplaatsen van de nesten.

Bij mierenbestrijding altijd eerst hygiëne en wering

Overigens mag uit het bovenstaande niet worden afgeleid dat tuinmieren te allen tijde moeten worden bestreden. Omdat zij ten behoeve van de ontwikkeling van de larven veel eiwitrijk voedsel nodig hebben, verrichten zij nuttige arbeid door het verzamelen van eieren, larven en poppen van andere, soms schadelijke insecten. Mieren zijn dus nuttige insecten en staan bekend als opruimers in de natuur. Bij hinder in gebouwen staat het nemen van hygiënische weringsmaatregelen voorop. Alleen bij ernstige overlast of wanneer er sprake is van schade zoals in de beschreven voorbeelden, kan uitvoering van een bestrijding nodig zijn. Gun mieren buiten de ruimte; zij leven in sociale staten en gedragen zich minder "geïsoleerd" dan de titel van dit verhaal deed vermoeden.

A.D. Bode
Dierplagen en Milieu, 41 (2) 1993, pag 59-62

Meer wetenswaardigheden over mieren en mieren bestrijding

Meer over de professionele ongediertebestrijder


© 2015 Kijk Op Ongedierte