Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Noordse woelmuizen in Nederland in 1975

In Rat en Muis Jaargang 23, no. 1 (april 19975) staat onderstaand artikel over Noordse woelmuizen (Microlus oeconomus Pallas). Streeknamen voor dit knaagdier zijn rattekop, rottekop (Friesland) en zeemol (Texel). In Nederland heeft de Noordse woelmuis anno 2014 de status 'kwetsbaar' op de Rode Lijst.

Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Areaal en biotoop van de Noordse woelmuis

Noord-Europa, West-Europa (in Duitsland alleen ten oosten van de Elbe) Noord-Azië, Alaska, West-Canada en enkele geïsoleerde gebieden: Oostenrijk, Hongarije en Nederland. Deze z.g. relict-arealen hebben nl. geen verbinding met het hoofdareaal (Rörig, 1910; Zimmermann, 1942; e.a.). In ons land komt de Noordse woelmuis hoofdzakelijk in het westen en noordwesten voor, o.a. ook op Texel en Noord-Beveland. Het Nederlandse areaal is door een uitgestrekt gebied, nl. tot de Elbe, gescheiden van het hoofdareaal. Pas in 1881 werd de Noordse woelmuis door Jentink in onze fauna opgenomen. Volgens Maitland zou het dier in 1898 een plaag hebben veroorzaakt bij Langedijk (N.H.). Op Texel is hij de enige woelmuissoort en tot 1944 was hij dit eveneens op Schokland, van waaruit hij zich in de Noordoostpolder verspreidde, zelfs nog gedurende de drooglegging. Biotoop: vochtige milieus zoals slootoevers, moerassen, laaggelegen weiden, lichte bossen (wilgen, elzen).

Uiterlijk en leefwijze van Noordse woelmuizen

De rattekop is in Nederland één der grotere woelmuizen met een lichaamslengte van 11.2— 14 cm en een staart van 4.5—5.8 cm, die 60—80 ringen telt. De gemiddelde achtervoetlengte bedraagt 2 cm. De bovenzijde van het dier is donkerbruin, de buik donkergrijs; ook de staart is tweekleurig. De Noordse woelmuis bezit een brede kop, stompe snuit en korte oren. Oppervlakkig gezien zou hij kunnen doorgaan voor een grote veldmuis (Microtus arvalis Pallas). Er zijn echter verschillen. De lichaamslengte van de veldmuis is 9.5—12 cm, die van de staart 3—4.5 cm en van de achtervoet 1.5 cm, terwijl hij lichter getint is. Daar evenwel in rattekoppopulaties nogal eens lichter gekleurde exemplaren voorkomen, kan de gelijkenis met de veldmuis zo frappant worden, dat wellicht slechts de gebitskenmerken uitsluitsel kunnen geven. Ook bestaat een zekere overeenkomst met de aardmuis (Microtus agrestis L.), doch deze is wat lichter van kleur en groter, terwijl de kop minder breed is. Het gangenstelsel van de Noordse woelmuis, eenvoudig van constructie en beslist niet wijdvertakt, ligt vrij dicht onder het bodemoppervlak, in tegenstelling tot dat van de veldmuis, dat tot 60 cm diep kan gaan. Bij het graven creëert hij hoopjes aarde van 15—20 cm doorsnee. Is de bodem tè vochtig, dan worden de nesten bovengronds gemaakt. Aangezien onze woelmuis groter van omvang is dan z'n collega veldmuis, zijn de holingangen (muizengaten) groter en de gangen uiteraard breder, nl. 6—6.5 cm. In de gangen legt het dier ruimten aan die de familie tot woon- en voorraadkamer dienen. Hoewel doorgaans in vochtige milieus verkerend, zal de Noordse woelmuis in water zelden meer dan „pootjebaden". Op het menu staan oliehoudende zaden, wortels, groenvoer, schors, rietspruiten en biezen.

Voortplanting van de Noordse woelmuis

Na een draagtijd van ca. 3 weken werpt het wijfje tussen april en september 3 4 maal gemiddelde—8 jongen, die blind worden geboren, doch na 9—10 dagen over een uitnemend gezichtsvermogen beschikken. In het wild kan de Noordse woelmuis een leeftijd van maximaal 2 jaar bereiken. De angstroep van de rattekop lijkt op die van de aardmuis (Microtus agrestis L.), doch i.p.v. diens langgerekte kraakgeluiden, uit de Noor z'n angst in korte stoten (Frank, 1953). De naam „oeconomus" is ontstaan toen men ontdekte dat de Siberische vorm aanzienlijke wintervoorraden aanlegt. In de 2e helft van de 18e eeuw was hij nl. bij de Toengoezen, een Mongoolse volksstam, inderdaad van economisch belang: men voedde zich 's winters onder meer met de door de muizen gehamsterde voorraden. Over het volproppen van de voorraadkamers met reservevoorraden voor de winter, is in West-Europa niets bekend (Mohr, 1954; e.a.).

Verdringing op Noord-Beveland

Over de migratie van veldmuizen (Microtus arvalis) op Noord-Beveland en als gevolg daarvan de gedeeltelijke verdringing van de Noordse woelmuis, heeft M. A. J. Poelen als praktikant van de Middelbare Bosbouw- en Cultuurtechnische School te Arnhem, in 1974 een verslag gepubliceerd, waaraan het volgende is ontleend. Op Noord-Beveland is de Noordse woelmuis voor het eerst waargenomen door Wilmink (1944—1949) aan de hand van analyses van uilenbraakballen. Van Wijngaarden stelde de soort definitief vast in 1959, toen hij er 28 ving. Veldmuizen werden er voordien echter niet gevangen. De migratie van veldmuizen, als gevolg waarvan de Noor uit bepaalde biotopen verdreven werd, is begonnen in oktober 1962 toen Noord-Beveland via twee dammen verbonden werd met het vasteland: de Zandkreekdam en de Veerse Gatdam. Aanvankelijk verliep de migratie zeer langzaam want eerst in oktober 1967 bleek dat veldmuizen de brug in de Zandkreekdam waren overgetrokken en de bermen van de noordelijke oprit bezet hadden. Bij de Veerse Gatdam zette de migratie in zodra de vegetatie zich op de bermen van de dam begon te ontwikkelen. Waar in 1965 de Noordse woelmuis de dam nog geheel bezette, bleek 2 jaar later (oktober 1967) de dam volledig door veldmuizen te zijn bewoond. In de volgende paar jaar was de migratie uitgebreid tot dijken, slootkanten en verder in het land gelegen wegbermen. Uit het in 1970 en 1974 verrichte klapvallenonderzoek werd echter duidelijk dat de Noordse woelmuis met behulp van bepaalde factoren weliswaar goed weet stand te houden, doch niet bij machte is de migratie van de veldmuis een halt toe te roepen.

G. J. Pop

Meer informatie over de bestrijding van muizen
Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte