Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Spitsmuizen zijn nuttig, dus niet bestrijden maar weren

Alle spitsmuissoorten komen wel eens in huis voor maar de huisspitsmuis relatief vaker dan de andere soorten. Zij veroorzaken in huis geen schade en vormen géén enkel gevaar voor de gezondheid van mens en huisdier. Daar zij insecten als prooidieren hebben, vervullen zij duidelijk een nuttige functie. Zij dienen derhalve niet te worden bestreden. Daar zij een onaangename geur verspreiden en vrij veel lawaai kunnen maken boven plafonds e.d., worden zij in huis als ongewenst ervaren. Men kan de diertjes dan wegvangen met een vangkooitje, dat met vlees is beaasd en ze dan elders in park of bos deponeren. Om te voorkomen dat ze het huis binnen kunnen komen dienen dezelfde maatregelen te worden genomen als bij de wering van ratten en muizen (zie Rat en Muis van oktober 1975). Door het treffen van genoemde weringsmaatregelen zal het probleem binnen vrij korte tijd zijn opgelost. Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden. Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Vijf verschillende soorten spitsmuizen in Nederland

De familie der spitsmuizen heeft in Nederland een vijftal vertegenwoordigers uit de geslachten Neomys, Sorex en Crocidura:

  1. de waterspitsmuis (Neomys fodiens Pennant) — donker leikleurig, soms vrijwel zwart; onderzijde variabel, gewoonlijk wit, grijs of zo donker, dat het dier eenkleurig is; staart eenkleurig;
  2. de bosspitsmuis (Sorex araneus L.) — pels gewoonlijk driekleurig, boven donker- tot zwartbruin, zijden gewoonlijk lichter bruin, onderzijde grijswit; staart tweekleurig;
  3. de dwergspitsmuis (Sorex minutus L.) — pels nimmer driekleurig, lichter dan de bosspitsmuis; staart tamelijk dicht behaard, onduidelijk tweekleurig;
  4. de veldspitsmuis (Crocidura leucodon Hermann.) — donker grijsbruin, onderzijde scherp afgezet van de bovenzijde, bruin-geelachtig wit; staart tweekleurig;
  5. de huisspitsmuis (Crocidura russula Hermann.) — bovenzijde bruingrijs, lichter en rosser dan bij de veldspitsmuis, onderzijde geelachtig grijs, niet scherp afgezet tegen de bovenzijde; staart onduidelijk tweekleurig.

Spitsmuizen onderscheiden zich van muizen door de vorm van de kop

Spitsmuizen tonen uiterlijk grote overeenkomsten met muizen, maar onderscheiden zich duidelijk door de vorm van de kop. De schedel is smal, spits (bijna kegelvormig) toelopend zonder jukbeenderen. De snuit steekt ver vóór de sikkelvormige snijtanden uit en is spits toelopend en slurfvormig. De grootte varieert mede afhankelijk van de soort van 5 tot 9 cm. De kort behaarde staart is ongeveer de helft tot 2/3 van de lichaamslengte. De vacht is sterk glanzend en de aan de zijkant gelegen muskusklieren zijn vooral bij de mannetjes zichtbaar. De poten zijn kort; het zijn echter gewone looppoten. De uitwendige oren zijn zichtbaar, maar klein en meestal in de vacht verborgen. Zij kunnen door een klepje worden afgesloten. Het gehoor is zeer goed ontwikkeld. Vooral zachte ritselende geluiden worden heel goed waargenomen; op lawaai reageren zij niet. Tastzin en reuk zijn eveneens goed ontwikkeld. De ogen zijn klein en van weinig betekenis. Spitsmuizen vinden hun weg en foerageren bijna uitsluitend met behulp van reuk- en tastorganen (borstels op de snuit). De uiteinden van tanden en kiezen van Sorex- en Neomyssoorten zijn granaatrood, die van Crocidurasoorten zijn geheel wit. De kiezen zijn puntig voor het doorbijten van insecten-pantsers.
Spitsmuizen zijn vlugge en beweeglijke diertjes die zich springend en „lopend" verplaatsen (muizen bewegen zich vaak huppelend). Zij zwemmen goed en vooral de waterspitsmuis zwemt zeer veel en duikt en loopt onder water. De veld- en huisspitsmuis zijn wat minder beweeglijk. Spitsmuizen zijn nachtdieren, maar zijn soms ook wel overdag actief, zelden in de ochtenduren. Ze brengen een zacht piepend, fluitend of tjilpend geluid voort.

Spitsmuizen zijn te vinden in ruig, gedekt terrein

Het biotoop van de meeste spitsmuissoorten komt vrijwel overeen. In het algemeen zijn de dieren te vinden in ruig, gedekt terrein: kreupelhout, struikgewas, bosranden (niet in het eigenlijke bos), droge weilanden, ook wel in tuinen; de bosspitsmuis ook in moerasland, bos en duin. De waterspitsmuis is sterk aan water gebonden en kiest dan min of meer rustig water. Spitsmuizen hebben onderaardse holen, die zij zelf vaak onder boomwortels graven, ook maken zij gebruik van muizenholen of mollengangen. De dwerg-, bos- en waterspitsmuis zijn in heel Nederland te vinden. De veldspitsmuis wordt uitsluitend in het zuiden van Nederland aangetroffen en de huisspitsmuis in het grootste deel van ons land, behalve in de noordelijke provincies en op de Wadden; plaatselijk veel in het oosten en zuiden, en in Zuid-Limburg vrij talrijk.

Spitsmuizen leven op zichzelf

Mannetje en wijfje maken ieder een eigen nest. In de paartijd kunnen zij elkaar gemakkelijk vinden door de muskusgeur die zij afgeven. De geurklieren liggen bij de staartwortel, bovendien heeft het mannetje aan de zijkant van het lichaam nog meer, tevens zichtbare, klieren. De paartijd schijnt niet aan een bepaald jaargetijde te zijn gebonden; de huisspitsmuis bijvoorbeeld krijgt wel jongen in de winter. Een winterslaap wordt voor zover bekend niet gehouden. 2 tot 4 keer per jaar worden ongeveer 4 tot 6 jongen geworpen die binnen het jaar geslachtsrijp zijn. Als het nest wordt verstoord, versleept de moeder de diertjes in de bek. Een veld- of een huisspitsmuis vertrekt in zo'n geval in „ganzenmars" met de jongen achter zich aan. Deze bijten zich vast in rugvel of staart van de moeder en de resp. voorganger en vormen zo een ketting, die ook bij het nemen van hindernissen intact blijft.

Uilen eten graag spitsmuizen

Omdat spitsmuizen zulke lichte kleine diertjes zijn, zijn hun voetafdrukken in de regel onduidelijk. De afdrukken met 5 tenen onderscheiden zich van die der muizen, die namelijk 4 teenafdrukken van de voorpoot vertonen, de 5e teen is rudimentair, zit hoger aan de poot en maakt dus geen afdruk. De voetafdruk van de voorpoot van de spitsmuis is ongeveer 0,8 cm, van de achterpoot 1,5 cm (ongeveer even groot als van de huismuis). De uitwerpselen van spitsmuizen bestaan overwegend uit resten van insekten; zij zijn aan één uiteinde puntig en zijn donkerbruin of zwart van kleur door de glinsterende resten van insektenpantsers. De grootte varieert van 2—4 mm, de dikte van 1—2 mm. Vaak worden dode spitsmuizen gevonden waarbij kan worden geconstateerd dat niet aan de dieren gegeten is. De jager, hetzij kat, hond, marter, vos of roofvogel, heeft het dier dan voor een gewone muis aangezien en na constatering van zijn vergissing het dier verder onaangeroerd laten liggen. Veel dieren hebben een hekel aan het naar muskus ruikend afscheidingsprodukt uit de klieren van de spitsmuis. Uilen eten de spitsmuizen echter graag. Resten van schedels, etc. in braakballen tonen aan dat b.v. de ransuil deze diertjes eet en de kerkuil heeft zich zelfs op hun vangst gespecialiseerd. Een onderzoeker heeft in 742 haarballen van de kerkuil 1646 schedels van spitsmuizen gevonden.

Spitsmuizen zijn felle roofdieren die zich met dierlijk voedsel voeden

De prooi wordt met de bek gegrepen. Bewegende prooidieren drukken zij met de voorpoten tegen de grond. Zij voeden zich met insecten en hun larven (emelten, meelwormen, etc), wormen, kleine gewervelde dieren zoals muizen, kleine slakjes, soms spinnen. De bosspitsmuis en de huisspitsmuis eten ook wel zaadkorrels. De waterspitsmuis eet naast genoemd voedsel ook waterdieren zoals kleine visjes, schaaldieren en kikkers. In gevangenschap kunnen ze gemakkelijk met vlees in leven worden gehouden. De dieren zijn zeer vraatzuchtig en blijken zeer gesteld te zijn op variatie in hun voedselpakket. Zij eten dagelijks ongeveer de helft van hun gewicht aan voedsel en kunnen niet lang honger verdragen; krijgen ze niet voortdurend voedsel, dan zijn ze binnen korte tijd dood. 

A. Balkstra.

Literatuur

  • Zoogdierengids door Mr. F. H. van den Brink. Amsterdam — Elsevier — Brussel.
  • Brehms dierenleven in kleuren, bewerkt door Dr. Theo Jahn. Uitgeverij Helmond te Helmond.
  • Natuurleven in Nederland door J. P. Blijdestijn, met medewerking van Prof. dr. H. Engelen Dr. Hillenius Uitgeverij J.B. Wolters, Groningen.
  • De Zoogdieren van Nederland door Dr. M. A. IJsseling en Dr. A. Scheijgrond. Uitgeverij W. J. Thieme & Cie, Zutphen — 1943.
  • Zoogdieren van Europa door C. König, in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds te Zeist. Uitgeverij Zomer en Keuning. Wageningen 1970.

Rat en Muis Jaargang 25, 4e kwartaal, december 1975, pag 87-90

Meer informatie over de bestrijding van muizen
Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte