Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Bestrijding van bruine ratten

Indien u met de hieronder beschreven methode van wering en bestrijding van bruine ratten niet het gewenste resultaat verkrijgt, dan wordt dringend aangeraden contact op te nemen met een professionele ongediertebestrijder.

Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Waar kan men bruine ratten verwachten?

De bruine rat is de meest voorkomende rattensoort in Nederland en heeft een voorkeur voor waterrijke milieus. Bruine ratten worden onder meer aangetroffen in riolen en als er gebreken zijn van bouwtechnische aard, ook onder en in gebouwen. Voorts kan men ratten vinden op plaatsen waar voortdurend (bereikbaar) voedselaanbod is zoals: niet afgedekte vuilstortplaatsen, bij slecht geregelde opslag en afvoer van huisvuil van bijvoorbeeld recreatieterreinen, op plaatsen waar steeds overmatig vogels worden gevoerd en waar sportvissers voer, aas of mondvoorraad achterlaten.

Hoe herkent u bruine ratten?

De bruine rat is een stevig gebouwd dier met een vrij stompe snuit, duidelijk zichtbare oren en een lange, dikke, vrijwel kale staart. De rug is meestal grijsbruin van kleur, de buik is lichter gekleurd. Er zijn allerlei kleurvarieteiten bekend, de meest bekende zijn de albino's (wit met rode ogen). De grootte varieert van 22-30 cm, de staart is bijna even lang als het lichaam 17-23 cm. Aan voor- en achterpoten zitten vijf tenen; de achterpoten zijn het grootst en meten 4 cm of meer.

Veertig nakomelingen per rat

De wijfjes kunnen in de leeftijd van 3 tot 18 maanden steeds drachtig zijn en kunnen maximaal 15 keer werpen. De draagtijd is 21-23 dagen. De grootte van de nesten omvat gemiddeld 7 à 10 jongen. De jongen worden gedurende 4 weken gezoogd en zijn na 3 maanden geslachtsrijp. De normale levensduur van de bruine rat is 1 jaar, maar vermoedelijk is de maximale levensduur ongeveer 2 tot 3 jaar. Volgens bovenstaande gegevens kan een wijfje gemiddeld 15x8= 120 jongen ter wereld brengen, maar er treedt naar schatting gemiddeld 75% sterfte onder jonge ratten op door gebrek aan geschikte nestgelegenheid en voedselaanbod, ziekten e.d., zodat als richtlijn voor het aantal nakomelingen per vrouwtje ca. 40 kan worden aangehouden. Die nemen op hun beurt na 2 à 3 maanden ook deel aan de voortplanting.

Bruine ratten hebben een groot aanpassingsvermogen

Bruine ratten zijn cultuurvolgers.De bruine rat is een "cultuurvolger" en heeft een bijzonder groot aanpassingsvermogen. Zij graaft, zwemt en klimt uitstekend. De reuk is het voornaamste zintuig en de snorharen zijn een zeer gevoelig tastorgaan, hetgeen goed te pas komt, daar de dieren 's nachts het meest actief zijn. Het dier is een alleseter met een duidelijke voorkeur voor het beste dat voorhanden is: granen, knolgewassen, groenten, fruit, vlees, vis en ook wel kadavers; jong vee kan onder bepaalde omstandigheden worden aangevallen. Er is een neiging tot voorraadvorming. De snijtanden die steeds blijven doorgroeien moeten afslijten door knagen aan harde niet eetbare goederen en materialen. Dit noemt men de zgn. "knaagdrift". Ratten hebben dagelijks vocht nodig en hebben een voorkeur voor waterrijke milieus. Zij kunnen zich bij verschillende temperaturen handhaven en de vacht past zich aan bij de leefomstandigheden. Schuilplaatsen worden gevonden of door de dieren zelf gegraven veelal in walkanten, in ruigten, bij stapels hout, maïskuilen, e.d.; voorts in riolen en mestputten, op ongecontroleerde vuilstortplaatsen, onder en in gebouwen, onder of achter goederen die op terreinen zijn opgeslagen.
Bron foto: https://commons.wikimedia.org

Looppaden van bruine ratten vaak langs muren

De aanwezigheid van ratten kan worden geconstateerd aan de hand van uitwerpselen, pootafdrukken, knaagsporen, paden of holen. De uitwerpselen liggen meestal op een hoop bijeen; de keutels zijn bruin tot grijs, stomp eivormig tot ovaal, ca. 20 mm lang en 5 mm dik, de grootte wisselt echter nogal. Het dier graaft holen en houdt zich graag op in de buurt van water. Zijn bij holen geen duidelijke pootafdrukken of keutels aanwezig, dan kan men de holen dichtmaken om te zien of ze bewoond zijn; bewoonde holen zijn de volgende dag weer open. In gebouwen leeft de bruine rat bij voorkeur onder de vloer en op vlieringen. In naburige gracht- en slootkanten en tuinen kunnen gaten en holen worden gevonden. De looppaden of "wissels" vindt men vaak langs muren omdat de ratten veelal aan één zijde dekking zoeken. Op een daarvoor geschikte ondergrond kan men pootafdrukken of "prenten" vinden en sleepsporen van de staart. Op veel belopen randen treft men "buiksmeer" aan.

Houd bij rattenbestrijding rekening met territoriumgedrag

Als een rattenpaar zich gaat vestigen, dan bakent het een zeker jachtterrein (territorium) af, waarop geen soortgenoten worden geduld. In het territorium ontstaan vaste looppaden, die de ratten steeds gebruiken en waarvan zij zo min mogelijk afwijken. De rattenpaden zijn kenbaar aan de loopsporen ("wissels") die ontstaan door het vastlopen van de grond of het uitknagen van de vegetatie; in gebouwen door „buiksmeer". Het jachtterrein moet het nodige voedsel voor de bezitters opleveren. Doordat er weldra nakomelingen verschijnen wordt de opbrengst aan voedsel van het territorium spoedig onvoldoende voor de familie. Hierin wordt voorzien door emigratie en door vergroting van het jachtterrein, zo nodig ten koste van dat van naburige families (onder ratten komt onder extreme omstandigheden kannibalisme voor). Het zoeken naar nieuw territorium geschiedt met name door de mannetjes bij hun omzwervingen. Vooral als de winter inzet en voedsel op het platteland schaars wordt, vindt de trek van landbouwgebieden naar boerderijen en woningen plaats. Er heersen dus steeds spanningen. Wordt een rattenfamilie door de mens verdelgd, dan komt er een jachtterrein vrij, dat afhankelijk van de rattenstand in de omgeving, na kortere of langere tijd wordt bezet door families uit de omgeving. Immigratie uit andere landen naar Nederland geschiedt via schepen en landbouwtransporten.

Bruine ratten knagen, vreten, bevuilen, graven en vernielen

Als dragers van ziektekiemen vormen de bruine ratten een bedreiging voor de volksgezondheid door het overbrengen van de ziekte van Weil, paratyphus, e.a. Ratten kunnen ook veeziekten verspreiden zoals bijv. varkenspest, pseudovogelpest, trichinosis, ziekte van Aujeszky. Grote schade wordt veroorzaakt door vreterij, knagen, bevuilen van voedselvoorraden met faeces en urine en hamsteren. Volwassen ratten consumeren gemiddeld 50 gram voedsel per dag. Voorts ontstaat ook schade door het doorknagen van telefoonkabels, computerkabels, maar ook lichtleidingen (kortsluiting, brand!), verpakkingsmaterialen, houten vloeren en isolatiematerialen. Schade aan materialen is veelal een gevolg van de zgn. "knaagdrift". Er zijn gevallen bekend dat bruine ratten een rieten dak vernielden. Verder kunnen ze levende have, b.v. (jong) pluimvee, jonge biggen en vogels doden. Ten gevolge van graverijen door ratten kunnen verzakkingen optreden. Voor zover bruine ratten niet in de directe omgeving van de mens voorkomen zijn zij nuttig als opruimers in de natuur. In de zg. voedselketen vormen ze een prooi voor de kleine landroofdieren en grote roof- en stootvogels.

Ratten bestrijden begint met ratten weren

De praktijk heeft het belang van wering duidelijk aangetoond. Indien in gebouwen uitsluitend wordt bestreden met vergiftigde lokazen en er geen ratwerende maatregelen worden genomen, zullen steeds opnieuw ratten binnendringen. Bij gebouwen dient ervoor te worden gezorgd dat er voor ratten (en muizen) geen toegang van buiten naar binnen mogelijk is. Er zal dus moeten worden gezocht naar deze toegang(en) en er zullen ter zake nodige maatregelen moeten worden genomen. Indien de toegangsdeuren van een gebouw veelvuldig moeten openstaan, dan kunnen buiten maatregelen worden genomen, zoals bijv. het inrichten van vaste voerplaatsen. Voor gebouwen dient men te letten op het volgende:

  • doorvoeropeningen van leidingen in de buitenmuur afdichten.
  • ventilatieopeningen max. ½ cm (½ cm i.v.m. muizen),
  • klimplanten minimaal 60 cm van ramen e.d., evenals bomen.
  • kelderramen in goede staat en/of voorzien van deugdelijke roosters.
  • bolroosters op aansluitingen van hemelwaterafvoerleidingen in dakgoten en op platte daken.
  • sponningen van ramen en deuren aansluitend aan de muur.
  • goed sluitende deuren (indien 's avonds wordt gewerkt, goede verlichting aanbrengen bij openstaande deuren van loodsen).
  • rioleringen moeten in goede staat worden gehouden (mankementen door verzakkingen herstellen, ontstoppingsdeksels installeren, andere gebreken herstellen).
  • in saneringswijken en afbraakpanden oude rioleringen verwijderen en afblinden.

Gebreken dienen eerst te worden hersteld. Het succes van een bestrijdingsactie wordt mede bepaald door de goede uitvoering daarvan. Zo nodig vindt overleg plaats met huiseigenaren, eventueel door de Gemeentelijke Dienst Bouw- en Woningtoezicht. Ten aanzien van goederen kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

  • inspectie van aan te voeren grondstoffen en goederen (N.B. pallets).
  • periodieke inspectie van opgeslagen goederen.
  • opslag van goederen in loodsen vrij van wanden.
  • langdurige opslag zo veel mogelijk vermijden.
  • grondige schoonmaakwerkzaamheden in bedrijven.
  • onderhoud van terreinen en walkanten.
  • frequente afvoer van vuilnis.
  • gebruik van afsluitbare vuilcontainers.
  • voedsel zo mogelijk onbereikbaar voor ratten bewaren.

Alles dient in het werk te worden gesteld om het aanbod van voedsel tegen te gaan; zolang er voor het ongedierte aantrekkelijker voedsel te vinden is, zal het voor de bestrijding uitgelegde lokaas vaak onaangeroerd blijven. Zowel bij vee- en pluimveebedrijven, als in het klein in volières e.d. geldt dat voerresten vóór de avond dienen te worden opgeruimd. Voeder de vogels nooit op de begane grond, maar op voedertafels of vogelhuisjes die ratveilig zijn gemaakt door blikbeslag of blikken kraag om de poten, hetgeen de vogels tevens vrijwaart van ongewenst kattenbezoek.

Rattenbestrijding laten uitvoeren door een vakkundige ongediertebestrijder

Het uitleggen van rattenbestrijdingsmiddelen dient vakkundig te geschieden door een daarvoor opgeleide ongediertebestrijder die onder meer kennis heeft van:

  • bestrijdingsmiddelen, actieve stoffen, de aard van de werking en de deugdelijkheid;
  • wijze van omgaan met bestrijdingsmiddelen, hulpmiddelen, veiligheidsaspecten;
  • biologie van de te bestrijden diersoort;
  • aspecten van bouwtechnische aard en te nemen weringsmaatregelen, en tevens over:
  • praktijkervaring; ondanks kennis van leefgewoonten en bouwtechnische aspecten kunnen zich steeds weer nieuwe situaties voordoen.

Resistentie tegen rattengif

Resistentie van ratten tegen anticoagulantia werd voor het eerst vastgesteld in Schotland in 1958. Nadien zijn dergelijke meldingen gekomen uit o.m. de V.S. en Denemarken. Resistentie kan ontwikkeld worden door het langdurig toedienen van kleine hoeveelheden vergiftigd lokaas. Resistentie is vaak erfelijk. Sommige resistente ratten worden wel ziek van het eten van vergiftigd lokaas, maar gaan niet dood. Een veel hogere concentratie zou de ratten wel kunnen doden, maar de opname van het lokaas wordt dan kleiner en het te gebruiken middel wordt gevaarlijker. Door het vakkundig uitvoeren van bestrijdingen kan het optreden van resistentie van ratten tegen anticoagulantia in Nederland hopelijk voorkomen worden. Van zwarte ratten en muizen is het bekend dat ze minder gevoelig zijn voor anticoagulantia dan de bruine rat. 

Hoe richten ongediertebestrijders voerplaatsen voor ratten in?

Men kan het uitgelegde lokaas op verschillende manieren beveiligen. Het kan b.v. worden gedeponeerd in een buis van PVC of ander materiaal van 10-15 cm doorsnee. Om het vochtig worden van het lokaas te voorkomen kan de buis aan één zijde worden dichtgemaakt en afwaterend (met de opening naar beneden gericht) worden gedeponeerd. Om het wegrollen tegen te gaan zet men voerbuizen vast met een pen o.i.d. Het beste kan men ze afwaterend ingraven; ze worden aldus veel toegepast bij slootkanten. Een stuk betonijzer door de flens aan de dichtgemaakte achterkant van de buis voorkomt dat ze gemakkelijk uit het gat kan worden getrokken. Een u-vormig stuk betonijzer door de voorzijde van een voerbuis voorkomt dat er watervogels en andere grotere vogels in kunnen komen. Door ingraven op vaste afstanden of het maken van markeringen kunnen de buizen gemakkelijk worden teruggevonden. Een goede methode om vakkundig voerplaatsen in te richten binnen gebouwen e.d. en op voor publiek niet toegankelijke terreinen is het gebruik van een voerkist. Deze dient te worden gemaakt van ongeverfd hout. Het deksel van een rattenvoerkist kan worden voorzien van het opschrift „Rattenvergif, terwijl desgewenst een hangslot kan worden aangebracht zodat kinderen het deksel niet kunnen openen. Indien de kist bestemd is voor gebruik buitenshuis, dienen deksel en bodem te worden bekleed met waterdicht materiaal. Binnen gebouwen kan ook gebruik worden gemaakt van stevige kartonnen voerdozen die echter kwetsbaar zijn op plaatsen waar veel gerij van wagens e.d. voorkomt. Noteren van locaties der voerplaatsen, bijv. op een plattegrond, maakt de controle eenvoudiger.

Permanente voerplaatsen ter signalering van ratten

Het systeem met een ring van permanente voerplaatsen b.v. voerkisten of voerkokers voorzien van onvergiftigd lokaas in vocht- en luchtdicht verzegelde plastic zakjes om een te beveiligen object heen kan hernieuwde infiltraties van bruine ratten voorkomen. Ratten die van buitenaf komen, op zoek naar voedsel, vinden op zo'n voerplek een goede dekking en ruim voedsel en zullen zich aan het uitgezette lokaas graag te goed doen. Deze voerplaatsen dienen regelmatig te worden gecontroleerd en na het constateren van opname van voedsel door ratten, dient tot bestrijding te worden overgegaan met vergiftigd lokaas. Toepassing van permanente voerplaatsen bij gebouwen waarvan de toegangsdeuren veelvuldig en ook 's nachts open moeten blijven, stelt de bedrijfsleider in staat zodra nodig snel tot een bestrijdingsactie over te (laten) gaan. Een goede buitenverlichting bij deze deuren is zeer gewenst.

Techniek van rattenbestrijding

De uitleg van lokaas kan het best plaatsvinden in de holen of vlak bij de holen, maar in ieder geval op de looppaden tussen de holingangen en de plaatsen waarde ratten gewoonlijk hun voedsel zoeken. Het is mogelijk dat er door de dieren de eerste paar dagen niet van het lokaas wordt gegeten, vooral als gebruik wordt gemaakt van zg. rattenkisten, omdat dit een voor hen onbekend element vormt waaraan ze eerst moeten wennen. Er dient een voldoende aantal voerplaatsen te worden gemaakt op droge ondergrond. Het lokaas moet in ruime mate worden uitgelegd, zodat de ratten er zich gedurende een aantal dagen ruimschoots aan te goed kunnen doen en niet onderling behoeven te vechten. Is er op een bepaald object een groot aantal ratten aanwezig, dan is het zeer waarschijnlijk dat het om een paar families gaat. Het lokaas dient dus op diverse plaatsen te worden uitgezet. Vervolgens dient na 2-3 dagen te worden gecontroleerd of het lokaas wordt opgenomen door de ratten en waar nodig te worden ververst. Geen vers lokaas deponeren op lokaas waarvan een deel is opgenomen, doch geheel verversen. Zo nodig dient het aantal voerplaatsen te worden uitgebreid. Onder controle houden totdat er geen opname meer plaatsvindt. Na afloop van de bestrijdingsactie het overgebleven lokaas opruimen, evenals dode ratten die worden aangetroffen (de meeste dode ratten zullen waarschijnlijk niet te vinden zijn, daar de dieren wegens het dalen van de lichaamstemperatuur hun warme holen zullen opzoeken). De dode ratten kunnen een gevaar opleveren voor honden en katten en andere dieren die de ratten als prooidier beschouwen. Zij kunnen met name insecten aanlokken, b.v. vleesvliegen en in sommige gevallen tapijtkevers. Het vergiftigde lokaas moet altijd zo worden uitgelegd dat het buiten bereik is van kinderen, huisdieren en vee. In verband met het gevaar voor door vergiftiging wordt geadviseerd vooral katten en ook honden tijdens de bestrijdingsactie zo royaal mogelijk te voeren met eiwitrijk voedsel (vlees, vis, melk, etc.) zodat zij geen behoefte hebben dode of zieke ratten op te eten. Het uitblijven van succes van een bestrijdingsactie kan niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie leiden dat er sprake is van resistentie. Bij onderzoek van meldingen blijkt er in bijna alle gevallen sprake te zijn van een van de volgende factoren of een combinatie daarvan:

  • mankementen van bouwtechnische aard, waardoor steeds weer nieuwe aanvoer van bruine ratten mogelijk is;
  • soms is er sprake van een organisatorisch probleem. Als er meerdere objecten in het geding zijn en meerdere betrokkenen en/of huiseigenaren, dienen alle betrokkenen te worden benaderd om hun medewerking te verlenen. Dit kan voorkomen bij rijtjeshuizen, winkelcentra e.d.;
  • een derde punt betreft de techniek van de bestrijding. Het uitzetten van onvoldoende hoeveelheden lokaas op een te gering aantal niet goed gekozen voerplaatsen leidt ook niet tot het gewenste resultaat.

Rattenbestrijding en riolen

Etensresten, groenteafvallen, enz. die via gootsteen en toiletafvoer in het riool verdwijnen vormen voor de daar levende bruine ratten een ideale voedselbron. Defecten aan het rioleringssysteem zullen al gauw in de omgeving (daarvan) hinder door ratten in woningen of bedrijfsgebouwen veroorzaken. Indien de gemeentelijke ongediertebestrijdingsdienst meldingskaarten na afhandeling per straatnaam opbergt of uit het klachtenregister de locaties met spelden op een stadsplattegrond aangeeft, zal een concentratie van klachten al gauw in het oog springen. Het signaleren van een dergelijke ,,hot spot" kan aanleiding geven tot:

  • buurtonderzoek en „blokbestrijding";
  • herstelwerkzaamheden, of waar nodig vervanging van het bestaande rioleringssysteem.

Het straatriool heeft doorgaans een doorsnee van 40 cm. De huisaansluitingen dienen bij voorkeur in de kruin van het riool te worden aangebracht om te voorkomen dat ratten toegang tot het huisriool hebben en via het waterslot in de gebouwen kunnen komen. Het probleem bij bestrijding van ratten in riolen is de hoge luchtvochtigheid. Gebruik van standaardlokaas is niet mogelijk omdat alle graansoorten na korte tijd kiemen en uitlopen en bovendien beschimmelen. Gebruik van paraffine is voor de ratten niet aantrekkelijk. Het te gebruiken vet moet na mengen met het bestrijdingsmiddel weer hard worden. Schapenniervet kan wel worden gebruikt maar is lastig verkrijgbaar. Met frituurvet worden zeer goede resultaten verkregen. Voor het maken van vetbollen dient het vet enigszins te worden verwarmd tot het juist vloeibaar wordt; [..] Ervaringen met het mengen met poedervormige rodenticiden gaven aan dat poeder bij het stollen kan uitzakken en dan dus niet gelijkelijk in de massa verdeeld is. Het mengsel kan men laten stollen in kunststof bekertjes. Voor de bevestiging wordt een stuk spiraalvormig gebogen metaaldraad in de beker gestoken. [...] Tijdige controle van de lokazen op de opname en op schimmelvorming is gewenst. Wageningse rattenbestrijders hebben voor het drooghouden van haverlokaas een voerkist met een z.g. vochtvrije „silo" (er op) ontwikkeld. Door een opening bovenin de kist werd een pvc buis (doorsnee 4 cm) geschoven tot op 2 cm van de bodem. Na het deponeren van het lokaas in de buis, wordt deze afgesloten met een sluitdop of plastic zakje en elastiek. De voerkist wordt boven de hoogst voorkomende waterstand in een visitatieput of rioolschacht bevestigd. De pvc buis reikt tot ca. 5 cm onder het putdeksel. Noteer waar de voerkisten worden geplaatst. Coördinatie is nodig met de reinigingsdienst, indien gebruik wordt gemaakt van een rioolreinigingsmachine. De kistjes kunnen dan worden verwijderd en na het reinigingswerk weer worden geplaatst.

Klachtenregister voor ongediertebestrijding

Op een centraal meldingspunt (afdeling/telefoonnummer/evt. toestelnummer) dat regelmatig aan de inwoners der gemeente via dagbladen en (gemeentelijke) huis-aan-huis bladen bekend wordt gemaakt worden klachten en meldingen omtrent ongedierte genoteerd. In volgorde van binnenkomst worden deze in een register opgeschreven. Deze gegevens worden eveneens genoteerd op een klachtkaart, die aan de ongediertebestrijder ter afhandeling wordt meegegeven. Indien het object vrij is van ongedierte wordt de kaart ter verdere verwerking geretourneerd. Eveneens wordt in het register genoteerd wanneer vaste, periodiek te controleren objecten werden bezocht in verband met het voorkomen van ratten. Hiertoe worden gerekend: vuilnisstortplaatsen, plaatsen waar gezwommen wordt, kampeerplaatsen, woonwagenkampen, bedrijven met Hinderwetvergunningen waarin clausules betreffende wering/verdelging van ongedierte. Indien men met de hiervoor beschreven methode van wering en bestrijding van bruine ratten niet het gewenste resultaat verkrijgt, dan wordt dringend aangeraden contact op te nemen met een professionele ongediertebestrijder

Rat en Muis, Jaargang 32, 2e kwartaal, augustus 1984, pag 43-59

Meer informatie over de bestrijding van ratten
Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte