Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Muskusrattenbestrijding als hulp bij de bestrijding van bruine ratten

In Nederland is een meldingsplicht van kracht met betrekking tot waarnemingen van muskusratten. De reden hiervoor is dat de holen van deze dieren rivierdijken in gevaar brengen. Ze veroorzaken gaten waardoor water op de lager gelegen polders kan stromen. Het aantal muskusratten wordt door vangen binnen de perken gehouden. Maar ook andere dieren worden gevangen, zoals waterwoelmuizen (14.000 per jaar) en bruine ratten (4.000 per jaar).

Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Organisatie van Nederlandse muskusrattenbestrijding

De bestrijding van muskusratten (Ondatra zibethicus L) is provinciaal georganiseerd. In elke provincie zetelt een coördinator muskusrattenbestrijding op het provinciehuis, die het provinciaal beleid ten aanzien van de uitvoering van de muskusrattenbestrijding behartigt. Voor muskusratten geldt een meldingsplicht. Waarnemingen van muskusratten dienen te worden doorgegeven op grond van de Plantenziektenwet, juncto artikel 2 van het Muskusrattenbesluit 1951. Bij gemeenten zal bekend zijn bij wie zij daarvoor terecht kunnen. Per provincie is een aantal muskusrattenvangers in de praktijk werkzaam; in hun rayon hebben zij een eigen werkgebied, waar zij hun vangwerkzaamheden uitvoeren.

Holen van muskusratten, bruine ratten en woelratten

De muskusrat hoort thuis in de orde der knaagdieren (Rodentia) en wel bij de familie van de woelmuizen (Microtidae). Qua uiterlijk lijken zij echter niet op hun naaste verwanten veldmuis (Microtus arvalis Pallas) en woelrat (Arvicola terrestris L). Deze zijn namelijk helemaal aangepast aan het leven ondergronds (stompe snuit, korte staart en in de vacht verborgen ogen en oren). De muskusrat heeft een lange, zijdelings afgeplatte staart. De kop is stomp en de kleine oren vallen weg in de dikke pels. De dichte pels, de platte staart, de grote achterpoten met zwemborstels en het gestroomlijnde lichaam met de verborgen oren wijzen erop, dat we hier te maken hebben met een diersoort die zich volledig heeft aangepast aan het leven in en bij het water. Zijn leven speelt zich in belangrijke mate ook bovengronds af, dit in tegenstelling tot zijn genoemde naaste verwanten. De holen van de muskusrat, ook wel bouwen genoemd, zijn te vinden in hoge oevers en dijklichamen. De holingangen bevinden zich onder de waterspiegel. De holingangen van de woelrat vinden we gewoonlijk op de waterlijn, terwijl die van de bruine rat [Rattus norvegicus Berkenhout) meestal boven de waterspiegel te vinden zijn. Bruine ratten maken behalve van zelf gegraven holen ook gebruik van bestaande holten, ondermeer in gebouwen. De muskusrat en de woelrat daarentegen graven altijd hun eigen holen. Om ook bij wisselende waterstanden hun jongen zo beschermd mogelijk groot te kunnen brengen, hebben de muskusratten de pijpen van hun holen achter de holingang omhoog voerend gegraven. De nestkom bevindt zich over het algemeen vrij dicht onder het maaiveld.

Schade van muskusratten

Muskusratten zijn overwegend planteneters. Doch als er in hun territorium zoetwatermosselen voorkomen, dan worden deze ook genuttigd. De schade die muskusratten aan natuurlijke gewassen aanrichten is beperkt van aard. Soms vindt men in slootkanten met geschikte nestelgelegenheid, die gelegen zijn naast maïsakkers, schade aan maïs. Muskusratten knagen de maïsstengels aan de onderzijde door en hebben de gewoonte deze stengels naar de waterkant te slepen. Zo kunnen zij hele delen van een akker oogsten. De bezorgdheid van de overheid gaat echter met name uit naar de verzakkingen die ter plaatse van muskusrattenholen kunnen ontstaan. Vee kan de holen intrappen en landbouwwerktuigen kunnen wegzakken. Verzwakking van dijklichamen en slootkanten is daarvan het gevolg. Onder invloed van regen en golfslag wordt dit effect nog versterkt. De kosten gemoeid met het herstel van verzakkingen zijn zeer hoog. Dijkdoorbraak, ook van geringe omvang, moet worden voorkomen. Daarom moeten muskusratten tijdig worden weggevangen.

De wijze van vangen van muskusratten

Muskusratten worden met een keur aan vallen en klemmen bestreden. Conibearklemmen, grondklemmen en lokaasklemmen worden veelal toegepast nabij bewoonde burchten. PVC-buizen met gaasfuik, duikerfuiken, afzetfuiken en drijfkooien worden onder andere gebruikt op de trekroutes van de muskusrat. Door hun ruime veldervaring en de kennis van het "eigen gebied" zijn muskusrattenvangers in staat de klemmen en fuiken zeer doelgericht te plaatsen.

Hoeveel muskusratten worden er gevangen?

Jaarlijks wordt een groot aantal muskusratten in Nederland gevangen. In de periode 1980 t/m 1991 is dat een toenemend aantal van ongeveer 100.000 exemplaren in 1980 tot ongeveer 400.000 exemplaren in 1991. De meeste muskusratten worden in de trekperioden februari-maart en oktober-november gevangen.

Muskusrattenvanger vangt ook bruine ratten en woelratten

In de praktijk blijkt dat bij het inzetten van de verschillende vangmiddelen ook andere diersoorten worden gevangen. Steeds wordt getracht nieuwe vangmiddelen te ontwikkelen, die het aantal bijvangsten zoveel mogelijk beperken. Het zijn vooral de conibearklem en de lokaasklem waarmee bruine ratten worden gevangen. De lokaasklem, de pvc-buis en de duikerfuik staan garant voor een goede bijvangst van woelratten. Uit praktijkwaarnemingen is gebleken dat in een territorium van muskusratten geen of weinig bruine ratten of woelratten voorkomen. Deze nemen het gebied pas in bezit op het moment dat door de activiteiten van de muskusrattenvangers de muskusratten zijn verdwenen. De bijvangsten van bruine rat en woelrat worden dan ook gedaan in de periode van nazorg. Deze ligt tussen de vangst van de laatste muskusrat en het verwijderen van de vangmiddelen. Ook in gebieden met een permanente opstelling van vangmiddelen kan het aantal bijvangsten hoog zijn (mondelinge mededeling R. Hoeve).
Opvallend is het dat in de gebieden waar naar bijvangsten werd gekeken, van de bruine rat meer mannetjes dan vrouwtjes worden gevangen. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat mannetjes vaak op verkenning zijn of op zoek naar een nieuw territorium. Jonge dieren worden weinig aangetroffen, mogelijk omdat zij kans zien door de mazen van de fuiken te ontsnappen. Het verdrinken van bruine ratten en woelratten in fuiken moet voor deze dieren geen prettige dood zijn. Dit wordt afgeleid uit het feit dat beide soorten vaak met de kaken vastgeklemd in het gaas worden gevonden.
De bruine rat wordt voornamelijk aangetroffen in de omgeving van bebouwing en boerderijen en in de herfstmaanden ook in slootkanten naast maïsakkers. De aanduiding "cultuurvolger", een diersoort die vooral in de omgeving van de mens te vinden is, is voor de bruine rat terecht op zijn plaats.

Muskusrattenbestrijding wil bijvangsten verminderen

Uit praktische overwegingen streeft de organisatie muskusrattenbestrijding ernaar om het aantal bijvangsten te beperken. Deels kan dat worden bereikt door voornamelijk die vangmiddelen toe te passen waarin het geringste aantal bijvangsten wordt gedaan. Ook is de mogelijkheid in onderzoek om de maaswijdte zodanig aan te passen dat bruine rat en woelrat kunnen ontsnappen, maar (jonge) muskusratten in fuik of val gevangen blijven. Bij een gaasopening van 2,5 cm x 5 cm zouden de vangsten van woelratten met bijna 40 % en die van bruine ratten met meer dan 50 % kunnen verminderen.

Het aantal bijvangsten van bruine ratten en woelratten

Uit een onderzoek dat gehouden werd in de provincies Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Utrecht en Zuid-Holland is gebleken dat op een totaal van 17.096 muskusratten 615 woelratten (15,2%) en 177 bruine ratten (4,4%) werden bijgevangen. Op grond van dit onderzoek, dat onder dertien muskusrattenbestrijders werd gehouden, wordt een berekening gemaakt voor het aantal bijvangsten dat landelijk wordt gedaan. Deze berekeningen komen uit op 14.192 woelratten gemiddeld met een spreiding van 7.884 - 25.548 exemplaren en 4.085 bruine ratten met een spreiding van 2.738 - 6.094 exemplaren. Voor de bruine rat wordt nog vermeld dat op grond van andere onderzoeken wordt berekend dat 20.000 exemplaren per jaar als verkeersslachtoffer vallen en dat 175.000 - 310.000 exemplaren bij jacht, visserij en bestrijdingsacties worden bestreden.
In het jaaroverzicht muskusrattenbestrijding 1991 van het Waterschap Noordoostpolder valt te lezen dat op een totaal van 1472 gevangen muskusratten 714 woelratten (48,5%) en 1.232 bruine ratten (83,7.%) worden bijgevangen. Deze percentages wijken sterk af van de in het IBN-DLO verslag genoemde. Mogelijkerwijs hangt dit grote verschil samen met de geschiktheid van bepaalde biotopen voor de muskusrat. Als in een voor de muskusrat minder geschikte biotoop ter controle vangmiddelen aanwezig zijn, kan het aantal bijvangsten beduidend hoger zijn wanneer het biotoop wèl erg geschikt is voor woelrat of bruine rat. Als het gemiddelde aantal van 4.085 bruine ratten als bijvangst op landelijke schaal een reëel gemiddelde is, kan de conclusie worden getrokken dat de bijdrage daaraan uit de landbouwpolders in Nederland een belangrijke is.

Conclusie

Uit de diverse rapportages wordt duidelijk dat muskusrattenvangers in het algemeen niet blij zijn met de bijvangsten van ondermeer de bruine rat. Het verwijderen van deze soort uit de fuiken gaat met de nodige moeite gepaard. Gemeenten zouden kunnen nagaan of er een reden is aan te geven voor de aanwezigheid van grote aantallen bruine ratten in het buitengebied. Met name in (landbouw-)gebieden waar (landbouw-)afval in slootkanten en greppels illegaal wordt gestort, kan de aanwezigheid van de bruine rat worden verwacht. Sanering van dergelijke plaatsen en het voorkomen van toekomstige stortingen kan een bijdrage leveren aan het verminderd vangen van met name bruine ratten door "de muskusrattenbestrijding" in ons land.

A.D. Bode Dierplagen en Milieu, 41 (3/4) 1993 82-87

Literatuur
- Permanent College van Overleg Muskusrattenbestrijding Jaarverslag 1991. 's-Gravenhage 1992
- F.J.J. Niewold: Onbedoelde vangsten bij de bestrijding van muskusratten IBN-DLO; RIN-rapport 92/12. Arnhem 1992
- Waterschap Noordoostpolder Jaaroverzicht 1991 Vangsten muskusrattenbestrijding

Meer informatie over de bestrijding van ratten
Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte