Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Laat, na bestrijding, ratten en muizen uw gebouw niet meer in

Ratten en muizen planten zich snel voort. Dus is er steeds behoefte aan nieuw grondgebied. Komt er nu als gevolg van een bestrijdingsactie een territorium vrij, dan zullen de ratten of muizen in de omgeving proberen zich in dat vrijgekomen gebied te vestigen. Dit kan belet worden door het nemen van maatregelen waardoor binnendringen in gebouwen niet meer mogelijk is.

Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Zorg ervoor dat ratten en muizen zich niet kunnen verstoppen bij uw gebouw

Omdat knaagdieren in het algemeen prooidieren zijn van grotere roofdieren, hebben zij hun gedrag aangepast, zodat zij zich alleen verplaatsen als dat voor hen zo veilig mogelijk is. Dat is voornamelijk 's nachts en daar waar zij niet gezien worden: in holen en op looppaden vlak langs o.m. wanden, opgeslagen goederen, de muur van een huis, onder planken, in ruigten. Op erven, volkstuinen, in bedrijfsruimten e.d. liggen vaak houtstapels van stammen, oude planken, takkenbossen of brandhout. Ruim deze zo spoedig mogelijk op of verwerk ze. Dit geldt ook voor andere materialen met langdurige opslag. Is dit niet mogelijk, maak de opslag dan tenminste 30 cm van de grond. Leg houtstapels e.d. nooit tegen een gebouw of bouwsel, want de ratten die zich in zo'n stapel hebben gevestigd kunnen ongezien langs de wand omhoog klimmen en dan binnendringen. Hoeken, rommelhopen, dicht begroeid met brandnetels of ander onkruid en ruige slootkanten bieden ook mogelijkheden aan het ongedierte om zich ongezien te verplaatsen of te nestelen. Vaak worden aan de voet van grote flatgebouwen ter verfraaiing struiken geplant; deze beplantingen dienen ruim vrij van buitenmuren gehouden te worden. Het verdient aanbeveling onkruid op te ruimen, graskanten van sloten vrij kort te houden en struiken niet tegen gebouwen te planten, doch een strook vrij te houden. Zijn ratten eenmaal in gebouwen, dan kunnen ze zich via een spouw en allerlei andere wegen van de ene ruimte naar de andere verplaatsen en ook naar naburige aangebouwde panden.

Tips om ratten en muizen uit uw gebouw te weren

Kortweg gezegd: er mogen van buiten naar binnen geen toegangsmogelijkheden zijn voor ratten en muizen. Woningen dienen aan de volgende eisen te voldoen:

  • de onderkant van de fundering van buitenmuren moet tenminste 70 cm onder het maaiveld zijn gelegen (eventueel kan een uitstekende voet worden aangemetseld)
  • doorvoeropeningen in de buitenmuur waardoor gas, water en elektriciteitsleidingen zijn gevoerd dienen te zijn afgedicht.
  • spouwen dienen van onder en boven muisdicht te zijn.
  • ventilatieopeningen in buitenmuren dienen maximaal 0,5 cm breed te zijn (vooral i.v.m. huismuizen en spitsmuizen).
  • klimplanten en bomen dienen te worden gesnoeid tot minimaal 60 cm van ramen, dakranden, e.d.
  • op aansluitingen van hemelwaterafvoerleidingen op dakgoten bij voorkeur bolroosters plaatsen, met name indien deze aangesloten zijn op een riool voor zowel afval als hemelwater.
  • deuren en ramen dienen goed sluitend te zijn. Algemeen kan worden gesteld dat de riolering in goede staat dient te zijn.
  • Verzakkingen moeten worden hersteld. In oudere woonbuurten waar zwaar verkeer doorheen rijdt en bij nieuwbouw in polders met opgespoten grond, treden nogal eens verzakkingen op.
  • Ontbrekende ontstoppingsdeksels dienen te worden aangebracht.
  • Verpulverde gresbuizen (na ca. 15 jaar) dienen te worden vernieuwd.
  • In saneringswijken en afbraakpanden dient de riolering te worden afgeblind.
  • Woningen en buitenverblijven waar geen riolering aanwezig is, dienen een „gesloten afvoersysteem" te hebben. Dus geen open rioollozingen op sloten en ander oppervlaktewater.
  • Huisaansluitingen op het riool dienen bij voorkeur te worden aangesloten aan de bovenkant van het straatriool om ratten te verhinderen in die huisaansluiting te komen.

Ratten- en muizenbestrijding bij levensmiddelen-, horeca- en veevoederbedrijven

Behalve bovengenoemde maatregelen dient men met name bij (groot) winkel-, horecabedrijven en produktiebedrijven in de levensmiddelen- en veevoedersector nog aan het volgende aandacht te besteden:

  • vuilnis en afval deponeren in afsluitbare containers;
  • vuilnis frequent afvoeren;
  • voedsel onbereikbaar voor ratten bewaren;
  • een goed opgezet schoonmaakprogramma volgen;
  • terreinen en walkanten goed onderhouden;
  • in loodsen de opslag van goederen vrij houden van wanden en bij voorkeur tenminste 30 cm vrij van vloeren; 
  • langdurige opslag zo veel mogelijk vermijden;
  • de opgeslagen goederen periodiek inspecteren;
  • goed sluitende deuren zijn een noodzaak, doch als 's avonds wordt doorgewerkt, is een goede buitenverlichting bij openstaande deuren gewenst.

Voor de problematiek rond bouwtechnische maatregelen is zonodig contact gewenst door de gemeentelijke dienst Bouw- en Woningtoezicht met de (huis-)eigenaren. De dienst waaronder de bestrijding van ongedierte ressorteert, kan daarin bemiddelen.

Ratten- en muizenbestrijding bij pluimvee- en varkensbedrijven en (kinder-)boerderijen

Bij pluimvee- en varkensbedrijven, boerderijen en kinderboerderijen is sprake van een andere problematiek. Dierverblijfplaatsen vormen een probleem apart daar deze vaak niet of moeilijk rat- en muisdicht te maken zijn. Als dakbedekking zijn b.v. golfplaten toegepast of men moet ventileren en daarom de staldeuren open houden. Gericht op het staltype zijn vaak wel weringsmaatregelen te adviseren. Bij aanwezigheid van ratten of muizen is het noodzakelijk de dieren te bestrijden met behulp van giftig lokaas in bij voorkeur voerkisten. Na beëindiging van de bestrijding kan men een aantal van de voerkisten voorzien van onvergiftigd lokaas en deze regelmatig ca. 1 x in 2 a 4 weken controleren. Zodra vraat wordt geconstateerd, kan door de beroepsmatige ongediertebestrijder worden overgegaan tot een bestrijding met vergiftigd lokaas. Bij volières, kippen- en konijnenhokken, etc. in tuinen waar het uitsluitend liefhebberij betreft, dienen de hokken bij voorkeur tenminste 50 cm vrij van de grond te zijn.

A. Balkstra
Rat en Muis Jaargang 33, 1e kwartaal, april 1985, pag 7-13

Meer informatie over de bestrijding van ratten
Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte