Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Bestrijding van klustervliegen

Met de term "klustervliegen" wordt een aantal vliegensoorten aangeduid die gedurende de herfst- en wintermaanden in zwermen of "klusters" optreden. In Nederland gaat dat om een drietal soorten. Dat zijn de klustervlieg (Pollenia rudis Fabr.), de herfstvlieg (Musea autumnalis Deg.) en de grasvlieg (Thaumatomyia notata Mg.). Voordat tot bestrijding wordt overgegaan, moet men eerst nagaan waar de vliegen zich ophouden. De vliegen die in rust verkeren kan men gemakkelijk verwijderen met een stofzuiger.

Mocht u nog vragen hebben, stel deze dan via dit formulier. Wij zullen u zo spoedig antwoorden.

Wilt u in contact komen met een professionele ongediertebestrijder bij u in de buurt? Dat kan via Kijk op Ongedierte. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. Een deskundige lokale ongediertebestrijder staat u direct te woord om uw vragen te beantwoorden. Ook 's avonds of in het weekend!

Regenworm als gastheer voor klustervliegen

Bron:http://commons.wikimedia.org

De klustervlieg is een circa 8 mm grote vlieg. Zij heeft veel goudkleurige haartjes op de bovenzijde van het borststuk. Het achterlijf is asgrijs. Het wijfje zet haar eieren af in de humuslaag. Na een week komt de larve uit en zoekt een regenworm op. De larve van deze vlieg (een verwante soort van de vleesvliegen) brengt namelijk het grootste deel van haar leven in het lichaam van de regenworm door en neemt daar voedsel uit op. Gedurende haargroei werkt de made haar achterlijf door de huid van de worm, meestal in de buurt van de monddelen, zodat er een opening ontstaat, waardoor zij zuurstof uit de lucht kan opnemen. Het larvestadium duurt ongeveer drie weken. Er wordt verondersteld dat de larve in deze periode meerdere wormen als gastheer zoekt. Het hierop volgende popstadium duurt twaalf dagen. De worm zal zijn gastheerschap tenslotte met de dood moeten bekopen.

Bijzonder recept: koeievlaaien met herfstvliegeneieren

De 6-7 mm lange herfstvlieg lijkt erg veel op de kamervlieg, maar de vleugeladering is anders. Het achterlijf is geel met een zwarte streep bovenop. Het wijfje is minder geel dan het mannetje. Bij de mannetjes grenzen de ogen op de kop bijna aan elkaar, wat bij de kamervlieg niet het geval is. Deze vlieg legt haar circa 200 eieren op mesthopen en "in koeievlaaien". De maden leven van de mest en verpoppen ook ter plaatse. De volwassen vliegen leven gedurende de zomermaanden op en rond het vee. Zij kunnen door hun hinderlijke gedrag het vee verontrusten. Zij leven van bloed uit kleine wondjes op het lichaam van het vee en ook van zweet en oogvocht. Omdat ze zelf niet in staat zijn de huid van vee te doorboren zijn ze afhankelijk van op andere wijze ontstane wondjes.

Grasvliegen overwinteren in klimop

De grasvlieg is slechts 3 mm groot. Zij is geelglanzend van kleur en heeft drie glanzend zwarte strepen op de bovenzijde van het borststuk. De ogen zijn groen, maar verkleuren snel bij dode dieren. Over de leefwijze in de zomermaanden is weinig bekend. Vermoedelijk ontwikkelen deze vliegen zich in de humusrijke bovenlaag van ongemaaide en verwaarloosde graslanden. De natuurlijke overwinteringsplaats van grasvliegen wordt gevonden in klimop en andere planten die tegen bomen of gebouwen groeien.

Kenmerk van klustervliegen is dat ze in grote zwermen overwinteren

In de zomer vertonen deze drie vliegensoorten dus een duidelijk van elkaar verschillende leefwijze. In overwinteringsgedrag is er echter een opvallende overeenkomst vast te stellen. Zij overwinteren namelijk in grote zwermen. In het vroege najaar zoeken de eerste vliegen hun winterverblijfplaats op. In de loop van het najaar groeit hun aantal. Zolang de zon nog voldoende warmte uitstraalt blijven de vliegen overdag actief en komen soms tot vervelens toe het object binnen. Bij lage buitentemperaturen staat de stofwisseling praktisch stil. In de winter zal dan ook geen last door de vliegen worden veroorzaakt. Alleen als de overwinteringsruimte wordt verwarmd, worden de vliegen actiever. Zij verbruiken dan voortijdig de energie die zij in het voorjaar nodig hebben. In de winter ontwaakte vliegen zullen dan ook spoedig sterven. De vliegen die de winter goed doorkomen, ontwaken weer bij de eerste zonnestralen. Vanaf maart zijn zij eerst overdag actief en lastig, maar ze zullen spoedig hun overwinteringsplaats verlaten om in het vrije veld te paren, eieren af te zetten om zo de volgende generatie de kans te geven hun ontwikkeling in de zomer door te maken.
De overwintering onder natuurlijke omstandigheden vindt plaats in droge, overdekte plaatsen, b.v. in holle bomen en achter loszittende schors. In de bewoonde wereld doen zij dat tevens in huizen en andere, vaak hoge gebouwen. Dat kan zijn in kerk- of watertorens en in flats. Sommige objecten worden vaak jaren achtereen bezocht. Waarom telkenmale de laatste generatie vliegen van dat jaar dat bepaalde gebouw opzoekt is niet bekend. Geschikte plaatsen in gebouwen voor overwintering zijn ruimten onder de dakbedekking, spouwmuren, ongebruikte en niet verwarmde kamers, klokketorens en vlieringen.

In het voorjaar weringsmaatregelen treffen tegen hinderlijke klustervliegen

In veel gevallen blijkt het moeilijk de vliegen uit de door hen gekozen overwinteringsplaats te weren. In sommige gebouwen lukt dat wel. Zo kunnen grote openingen met horregaas of andere fijnmazige roosters vliegendicht worden gemaakt. Naden en kieren rond sponningen van ramen en deuren kunnen worden dichtgekit met daarvoor bestemde materialen. Als een zolder door klustervliegen regelmatig tot winterverblijf wordt gekozen kan worden overwogen de binnenkant van het dakbeschot af te zetten met b.v. landbouwplastic. Deze weringsmaatregelen moeten worden toegepast op momenten dat zich geen vliegen in het gebouw bevinden. Na het uitvliegen in het voorjaar is het daarvoor dus de meest geschikte tijd. Van buitenaf zal het niet mogelijk blijken het pannendak vliegendicht te krijgen, wat ook geldt voor kerktorens. Ook zal het dichten van naden en kieren op de bovenste verdiepingen van een flatgebouw problemen geven. Een afdoende wering is in die gevallen niet te verwezenlijken.

Bestrijding van klustervliegen door opzuigen

Voordat tot bestrijding wordt overgegaan, moet men eerst nagaan waar de vliegen zich ophouden. De bestrijding kan op twee manieren plaatsvinden.

  • Mechanisch door het gebruik van een (grote) stofzuiger. De vliegen die in rust verkeren kan men gemakkelijk verwijderen.
  • Met bestrijdingsmiddelen. Dit zal alleen mogelijk zijn als men er zeker van is dat de dode vliegen kunnen worden opgeruimd. Is dat niet het geval, dan bestaat er een vrij grote kans dat insecten zoals tapijtkevers de dode vliegen als voedselbron voor hun larven beschouwen. Een plaag van deze insecten moet dan worden bestreden door als eerste maatregel de bron op te ruimen.

A.D. Bode, voorlichtingsambtenaar
Rat en Muis, 34 (3/4) 1986, pag 67-69

Meer informatie over vliegen en de bestrijding ervan

Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte