Nu hulp nodig?

Bel 085 029 85 09

(lokaal tarief, 24/7)

Gebruik het formulier

(geheel vrijblijvend!)

Bestrijding van wespen

Schakel als u last heeft van een wespennest in of bij huis, een professionele ongediertebestrijder in en loop geen onnodige risico's. Bel tegen lokaal tarief met 085 029 85 09. en u krijgt een ongediertebestrijder bij u in de buurt aan de lijn. Dit gesprek is zonder verdere verplichtingen. U kunt ook ons contactformulier gebruiken.

De wespen die het ons in de zomer en in het bijzonder in de tweede helft daarvan lastig maken, vooral op de diluviale zandgronden, behoren tot de familie der V e s p i d a e. Het zijn vooral de soorten Paravespula germanica F., de Duitse wesp en Paravespula vulgaris L., de gewone wesp die in dit verband van belang zijn.

„De naam wesp is afkomstig van het Indogermaanse woord „wops" dat in de verschillende talen en dialecten meer of minder vervormd is. In de Duitse dialecten vinden we het woord „Wcpse" terug, in het Oudhoogduits „Wafsa" of „Wefsa", in het Middenhoogduits „Wefse", „Webse" en „Vespe", in het Angelsaksisch het woord „weefs" en „woeps", in modern Engels „Wasp", in het Frans „guêpe", in het Italiaans „vespa", Spaans „avispa", Portugees „bespa" (A. Kemper en E. Döhring, 1967).

Morfologische bijzonderheden

morfologische kenmerken van een wesp

Bron: https://commons.wikimedia.org/

De kop van de Vespidae draagt links en rechts zijdelings geplaatst een groot en langwerpig gevormd facet-oog, dat aan de voorhoofdszijde niervormig gebogen is. Op de kop bevinden zich bovendien in een driehoek geplaatst een drietal ocellen (bijogen).
Evenals ieder insect heeft ook de wesp een tweetal antennen aan de kop. Karakteristiek is echter de grote schacht aan het eind waarvan de leden van het overige deel van de antenne in een hoek zijn aangezet.
De mondwerktuigen bestaan uit twee stevige kaken (mandibels) met daaronder monddelen waarmee de wesp kan likken en zuigen.
Aan het tweede zowel als aan het derde borstsegment zijn een paar doorzichtige vleugels bevestigd. In rusttoestand zijn deze in de lengterichting opgevouwen.
De grotere voorvleugel en de kleinere achtervleugel zijn met elkaar tot één geheel verbonden door een rij haakjes aan de voorkant van de achtervleugel, die in een plooi aan de achterkant van de voorste vleugel grijpen.
De overgang van borststuk naar achterlijf is sterk ingesnoerd („wespentaille"). Alleen de vrouwelijke exemplaren, zowel de vruchtbare als onvruchtbare wijfjes, zijn voorzien van een goed ontwikkelde angel, die in rusttoestand verborgen ligt tussen de buik- en rugplaat van het 10e achterlijfssegment.
Bij de steek wordt tegelijkertijd gif, afkomstig uit een tweetal gifklieren, in de wond gespoten. In tegenstelling tot de honingbij kunnen wespen hun angel na de steek veelal weer uit de wond (ook uit de menselijke huid) terugtrekken en dus meer dan eens steken. De honingbij kan haar angel niet meer uit de taaie menselijke huid terugtrekken met als gevolg dat angel en gifblaasjes uit het lichaam van de bij worden losgescheurd en in de wond blijven zitten. De bij sterft dan.

Samenstelling van een wespenvolk

De hier besproken wespensoorten behoren tot de sociaal levende insecten, d.w.z. dat zij in een staat („volk") leven bestaande uit een groter of kleiner aantal individuen in één nest Een wespenvolk bestaat uit:

  1. Werksters. Dit zijn de wespen die het ons in de zomer zo lastig kunnen maken. Zij zorgen voor de voedselvoorziening van het nest en verzorgen het broed. Het zijn vrouwelijke wespen. De eerste generaties, in het begin van het jaar, zijn klein en onvruchtbaar. Later in het jaar worden zij groter en zijn dan dikwijls in staat om eitjes te leggen waaruit mannelijke wespen worden geboren.
  2. Koninginnen. De van een goed ontwikkeld geslachtsapparaat voorziene wijfjes of koninginnen worden pas geboren als het volk een bepaalde grootte heeft bereikt. Nadat zij uit het ei zijn gekomen worden ze nog een tijdlang door de werksters gevoed om dan te copuleren en voorgoed het volk te verlaten. Deze koninginnen, die het volgend jaar een nieuw volk zullen stichten, overwinteren op een verborgen en beschermde plaats.
  3. Mannelijke wespen. Deze worden vaak al vóór de nieuwe koninginnen geboren en verlaten in de herfst het nest doch overleven evenals de werksters in ons klimaat de winter niet. Zij sterven vrij spoedig nadat zij de jonge koninginnen hebben bevrucht.

Levenscyclus van een wespenvolk

De jonge koningin, in de herfst geboren en bevrucht, overwintert in een schuilplaats achter een stuk boomschors, in een muurspleet e.d. Zodra de voorjaarstemperatuur hoog genoeg is geworden b.v. in april of mei, ontwaakt de koningin en begint met het zoeken naar voedsel en naar een geschikte plaats om een nest te bouwen. Het nest wordt meestal in de grond of op andere beschutte plaatsen in schuren, muurholten etc. door de koningin aangelegd. De raten worden gemaakt van grijze of bruingele papierachtige stof, bereid uit door het insect fijngekauwde hout- en andere vezels.
De raten zijn altijd omgeven door een min of meer ballonvormig omhulsel bestaande uit hetzelfde papierachtige materiaal.
In de cellen van de raat legt de koningin haar eieren. De daaruit komende larven worden nog door haar zelf verzorgd. Na de verpopping komen hieruit de werksters die van de koningin alleen uitwendig verschillen door hun veel geringere afmetingen. De werksters zijn zoals gezegd van vrouwelijk geslacht en in de regel, zeker in het begin, onvruchtbaar. Zij gaan de koningin helpen bij het verder uitbouwen van het nest en de verzorging van het broed. Zijn er genoeg werksters gekomen, dan vliegt de koningin niet meer uit. Zij gaat zich nu geheel wijden aan haar taak van eierenleggen en wordt dan door de werksters van voedsel voorzien.
In het laatst van de zomer (augustus/september) worden de mannelijke wespen geboren en kort daarna de, van eén volledig ontwikkeld geslachtsapparaat voorziene, vrouwelijke exemplaren, de jonge koninginnen. Zijn deze volwassen, dan paren ze met de mannelijke exemplaren, verlaten het nest en zoeken een geschikte schuilplaats op om te overwinteren. De mannelijke wespen sterven spoedig na de paring en langzamerhand stertt het gehele volk uit inclusief de oude koningin. Het oude nest blijft weliswaar zitten, doch wordt het volgend jaar niet weer bewoond. In het volgend voorjaar stichten na de overwintering de jonge koninginnen weer een nieuw volk.
De wespen die men in het vroege voorjaar aantreft, zijn dus jonge koninginnen die naar een geschikte plaats zoeken om een nest te bouwen.

Het voedsel van wespen

Hun behoefte aan koolhydraten (suikers) dekken genoemde wespensoorten door de opname van nectar uit bloemen, honingdauw (suikerhoudende vloeibare afscheiding van bladluizen), vruchtvlees en sap van rijpe vruchten (peren, pruimen o.a.), maar ook met vloeibare zoete voedings- en genotmiddelen bestemd voor menselijke consumptie (limonade, stroop e.d.).
De eiwitten die de wespen nodig hebben voor de instandhouding van hun eigen lichaam, maar vooral ook voor de voeding van de larven, verschaffen zij zich door het consumeren van andere insecten. In de eerste plaats zijn allerlei vliegensoorten de prooidieren, maar daarnaast ook volwassen sprinkhanen en cicaden en hun larven, evenals onbehaarde of weinig behaarde rupsen, larven van bladwespen, zaagwespen, honingbijen en spinnen.

Wespen zijn nuttig

Om een idee te geven van het belang van wespen als onze bondgenoten bij de verdelging van insecten:
Schmitt (1921) nam waar, dat 300—400 werksters van Vespula germanica in 6 uur + 2500 vliegen van verschillende soorten, tesamen met 650 Tipuliden (langpootmuggen) en Cicu-liden (steekmuggen) in hun nest brachten.
In een ander geval werden in 104 van Duitse wespen afgenomen prooien 81 kamervliegen, 5 vleesvliegen, 1 kleine kamervlieg, 1 stalvlieg en 16 andere insectensoorten geteld. Ook vlees van cadavers van gewervelde dieren wordt wel aangenomen mits vers en met beschadigde huid. Wespen zijn nl. niet in staat de huid stuk te bijten.
Uit het bovenstaande blijkt, dat wespen een rol kunnen spelen in onze strijd tegen de insecten. Zij zijn derhalve „nuttige" dieren, zodat zij niet dan in uiterste noodzaak verdelgd dienen te worden.

De bestrijding van wespen

A. Wering
Vooral suikerstroop- en vruchtenverwerkende industrieën zullen in het seizoen veel last kunnen ondervinden van wespen.
Spuiten met insecticiden is in deze bedrijven zinloos en ongewenst. Zinloos omdat de gedode wespen steeds weer vervangen zullen worden en men dus blijft spuiten zonder afdoend succes; ongewenst omdat men meer of minder sterke vergiften brengt in een milieu waar consumptie-artikelen worden bereid.
In dergelijke omstandigheden kan men het best een strikte hygiëne op het fabrieksterrein handhaven en b.v. gemorste suiker, stroop of vruchtensap zo spoedig mogelijk wegspuiten. Het fust dient zo goed mogelijk te worden schoongemaakt, netjes gestapeld en goed afgedekt. Zodoende voorkomt men ook ernstige hinder van fruitvliegjes (Drosophila spec.). De bedrijfsruimten kunnen het beste worden beschermd door het aanbrengen van horren, hetzij van metaalgaas, hetzij van kunststofgaas (perion, nylon).
In de deuropeningen dienen, voorzover deze niet dicht kunnen blijven, lintgordijnen te worden gehangen die tot op de drempel reiken. Het binnenvliegen van wespen (vliegen, etc.) kan ook verhinderd worden door een luchtsluis aan te brengen bij de deuren en wel zo, dat de binnendeur niet kan worden geopend zonder dat de buitendeur gesloten is. Desgewenst kan men in de ruimte tussen de deuren nog een strip aanbrengen die dichloorvos (DDVP) afgeeft om eventueel toch nog in de sluis binnengedrongen insecten te doden.

B. Verdelging
Om te trachten de overlast van wespen op kampeer- en recreatieterreinen zo goed mogelijk tegen te gaan, kan men gebruik maken van wespenvallen. Deze kunnen het best bestaan uit wijdmondflessen (weckflessen, jampotten, e.d.). De opening wordt afgesloten door stevig papier of boterhampapier. In dit papier wordt een V-vormige insnede gemaakt met een zijde van +_ 2 cm en de V-vormige lip een eindje naar binnen gebogen. De wespen kunnen dan wel in de fles komen, aangelokt door het lokaas, maar vinden de weg terug niet meer. Aanbevolen wordt om flessen van helder doorzichtig glas te nemen. Ook gewone limonade-flessen schijnen wel te voldoen als val.
Als lokaas kan het beste vruchtensap worden gebruikt, terwijl ook suikerwater of limonadestroop voldoet. Zoete stoffen kunnen wat aangezuurd worden met azijn om te voorkomen dat te veel bijen worden aangelokt.
Toevoeging van wat bier schijnt de aantrekkingskracht van het lokaas sterk te verhogen. Ook gistende vruchtensappen schijnen beter te voldoen dan niet gistende. De gisting wordt bevorderd door wat extra suiker aan het vruchtensap toe te voegen. Om de gevangen wespen zo spoedig mogelijk te doden kan men aan de lokaasvloeistof een kleine hoeveelheid insecticide toevoegen zoals trichloorfon of carbaryl.
Zet men de bovengenoemde vallen al in het voorjaar uit, dan maakt men een goede kans de jonge koninginnen die dan immers nog zelf fourageren, te vangen waardoor het stichten van nieuwe nesten en kolonies wordt tegengegaan.

De enige afdoende wijze om van een wespenplaag af te komen is het opzoeken van de nesten. Heeft men een nest gevonden, dan kan men twee methoden toepassen, nl.:

  1. tegen de invliegopening de mond van een spuitbus met insecticide zetten en een flinke hoeveelheid van de vloeistof in het nest spuiten;
  2. om het risico te ontlopen door wespen te worden aangevallen die misschien uit een andere (niet opgemerkte) opening naar buiten komen, kan men de in- en uitvliegopeningen bestuiven met een royale hoeveelheid insecticidepoeder (methoxychloor, lindaan, carbaryl, propoxur e.a.). Heeft men de beschikking over een stuifapparaat, des te beter, want dan kan men het poeder wat dieper in het nest stuiven.

Het effect van deze methode bestaat daarin dat de binnenkomende wespen in aanraking komen met het dodelijk poeder, dat aan de lichaamsbeharing blijft zitten en zodoende in het nest wordt gedragen. Daardoor wordt zowel het broed als de koningin vergiftigd en zal het volk geheel uitgeroeid worden. Binnen 24 uur zijn als regel alle wespen verdwenen. Het stuiven geeft in het algemeen beter resultaat dan het spuiten en wordt dan ook aanbevolen boven het spuiten.
De behandeling van het nest kan 's avonds geschieden, als alle wespen binnen zijn, maar beter nog 's morgens vroeg, als de dieren als gevolg van de morgenkoelte nog weinig actief zijn. Tracht men echter het nest midden op een warme zomerdag te behandelen, dan zal men ongetwijfeld worden aangevallen door de dieren.

Bron: Ir. A. J. Ophof, Rat en muis, april 1975

Meer informatie over wespen en de bestrijding ervan

Overzicht ongedierte en ongediertebestrijding


© 2015 Kijk Op Ongedierte